Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wijaya, zich aan mij wil onderwerpen", en liet den gezant weder teruggaan om wat hij gezegd had over te brengen. Ha aankomst gaf deze den brief over, die aan den raden en Wiraraja werd voorgelezen. Wiraraja was verheugd. Raden Wijaya ging daarop naar Jawa terug, met zijn volgelingen, en begeleid door Madureezen; Wirarjtja bracht hem tot Tërung.

Te Daha gekomen diende hij Aji Jaya katong trouw, zoodat deze hem lief kreeg. Het was juist Galungan ') toen hij te Daha kwam. Zijn mannen kregen uit den dalem bevel om te sasahrama2). De mantri's van Daha waren uitermate3) verbaasd, toen zij hen zagen, zulke flinke lieden waren het allen, zooals Sora, Rangga Jawe, Nambi, Pëdang, en Dangdi. Zij liepen in de pasasaraman in de Manguntur te Daha. Op hun beurt liepen ook de mantri's van Daha hard, zooals de eerste krijgers: Panglët, Mahisa rubuh, de patih Kèbo mundarang, maar alle drie verloren het in het hard loopen tegen Rangga lawe en Sora. Iets later organiseerde4) Aji (Jaya) katong een (kris)steekspel: „Mijn jongen Arya Wijaya, kom, gij moet eens (met uwe kris) schermen, ik verlang dat te zien; mijne mantri's zullen uw tegenpartij zijn". De prins antwoordde: „Zeker, heer!" Het steekspel had plaats 5), onder zeer luidruchtige muziek, ten aanschouwe van ontelbare °) toeschouwers. Aardig ') was het hoe de lieden van Aji (Jaya) katong op de vlucht gingen. Deze beval (toen): „Zeg aan mijn jongen, Arya Wijaya, dat hij niet meer mee moet doen; wie zou zijn heer durven staan" 8). De prins deed (toen) niet meer mede, en de partijen stonden elkander bij het steekspel (nu) gelijk, nu eens moest deze wijken, dan die; (maar) op het laatst richtte Sora zich tegen den patih Këbo mundarang, Rangga lawe zich tegen Panglët, en Nambi [23] zich tegen Mahisa rubuh; het slot was dat de mantri's van Daha door Raden Wijaya's mannen op de vlucht werden gejaagd, zonder zich te kunnen herstellen, en toen hield men er mede op.

Raden Wijaya had nu gezien, dat de mantri's van Daha het tegen zijne lieden moesten afleggen. Hij zond daarop aan Wiraraja bericht, en deze raadde hem aan om de woeste gronden van de lieden van Trik te vragen. Aji (Jaya) katong vond het goed. Zoo zijn de woeste gronden van Trik voor het eerst tot een bewoonbare plek gemaakt. Toen de Madureezen met den aanleg net begonnen waren, wilde één hunner, die honger Had, en niet voldoenden lijf kost bij het om-

1) Inlandsch (wuku) nieuwjaar, vallende op den Woensdag van Dungulan, welke wuku daarom bij de Javanen Galungan heet.

2) Blijkbaar beteekent dit woord een zekeren wedstrijd houden. Men vindt het terug onder festiviteiten bij een bruiloftsfeest aan het hof van Majapahit, in Hoofdstuk XIV van de Sajarah Malayu, ed. Singapore (1896), bl. 159.

3) In 'tJav. hënti.

4) J.: beval.

5) J. atangkep, beginnen te vechten, slaags raken.

6) J. tanpaligaran, verkl. zonder tusschenruimte, ontelbaar.

7) J.: Hevig.

8) Te lezen sapa ta wong wania lawan gustine.

Sluiten