Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het Hollandsch:

Heil! Cakajaren verloopen 1216, in de maand Bhadrapada, op den 5en van de donkere helft der maand, Haryang, Umanis, Caneccara '), van de wuku--weék Madangkungan, terwijl de planeet in het Zuidoosten staat onder het maanhuis Rohini, waarvan de godheid Prajapati is, en dat. behoort tot den kring van Mahendra, tijdens de yoga Siddhi, en het unr Werajya7~oader Yama als heer van den knoop, op den karana-Aa,g Tetila, en onder het dierenriemsteeken de Maagd, op dien dag is afgekomen het bevel van Zijne Majesteit, den allerheldhaftigsten slechts te prijzen vorst, den moedigen hoogverheven koning, die verdelging bracht aan zijne tegenstanders de vorsten met groote legers, die hoog begaafd is met karakter, kracht, deugd, schoonheid en plichtbesef, den heer van heel het eiland Yawa, den beschermer der rechten van alle goedgezinden, voortgesproten uit het geslacht van Narasingha de (belichaamde) rijkBrechtén-quintessence, den zoon van den uit Narasingha's evenbeeld geborene 2), (den man) die het voorrecht had te huwen de dochter (of dochters) van Kêrtanagara, en die als koning gezalfd werd onder den naam Kërtarajasa Jayawardhana, welk bevel eerbiedig aanvaard is door de drie rakryan mantri's, (nl.) rakryan mantri hino, dyah Pamasi; rakryan mantri halu, dyah Singlar, en rakryan mantri sirikan, dyah Palisir, die begeleid werden; door den rakryan mantri, die den vijand op het slagveld schrik weet aan te jagen en begaafd is met, groote voortreffelijkheid, Pranaraja geheeten; den rakryan mantri, die zich dapper gedroeg in de diepten van het "oorlogswerk, en allerheldhaftigst is, Nayapati; en den rakryan mantri, die de oorzaak was van de verdelging der vijanden op de andere eilanden en een flinken geest bezit, Arya Adikara; voorafgegaan door den rakryan mantri, den hoogsten chef der helden, die het vertrouwen van verschillende vrienden weet te wekken, en voor alle menschen toegenegenheid heeft, Arya Wiraraja, dien men den leerling van Zijne Majesteit den koning Kêrtanagara zou .kunnen noemen, terwijl niet achterbleef de rakryan mantri zoo kundig in de beste voortreffelijkheden der dienstdoenden, de kanuruhan, en de rakryan mantri het hoofd der groote helden, de dëmung, alsmede de rakryan mantri, de patih, die schrik verspreidt onder de vijanden, zóó de heerschappij van Zijne Majesteit, den koning, als ware hij het - evenbeeld van Icwara, met hechte banden bevestigende; bij alle welke personen zich uit vrijen wil nog aanslooten de tot procesbeslissers aangestelden: de pamgët i tirwan, die volledig thuis is in de Sangkhyaleer, de weleerwaarde leeraar Kusumayuddharipu, ook bekend als Paragata; de samgat i pamwatan (mede) volledig thuis in de

1) Zaterdag, 11 September 1294.

2) Kern vertaalt (Nag. ed. p. 120): dochterszoon van Narasinghamürti, daarbij uitgaande van de opvatting, dat de in Nag. 46:2 en 47 :1 genoemde Lëmbu Tal, van wie N. de vader en Wijaya de zoon was, een vrouwelijk persoon zou zijn. Naar Poerbatjaraka in Oudh. Versl. 1915, 1, p. 35—37 betoogt, bestaat er voor die opvatting geen grond, en is Lëmbu Tal een man, zoodat Brandes' vertaling juist geacht moet worden.

Sluiten