Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

katyëng. Nadat Zijne Majesteit de koning en Ardharaja van Tumapël waren opgetrokken, en het gehucht Kdung plut bereikt hadden, stuitte Zijne Majesteit het eerst op den vijand. Zijner Majesteils troepen leverden een gevecht, en de vijand verloor het en vluchtte, na zeer groote verliezen geleden te hebben. Het leger van Zijne Majesteit trok daarop naar Lëmbah, doch men vond daar geen vijand. Men trok daarop westelijk voort, van Lëmbah naar Batang7~ende voorhoede van Zijner MajesteitS troepen ontmoette op nieuw vijanden, doch dezen trokken zich terug zonder gevochten te hebben. Batang voorbijgetrokken, kwam Zijne Majesteit te Kapulungan. Daar trof men den vijand weer, en toen vochten ten westen van Kapulungan de troepen van Zijne Majesteit op nieuw, en (wederom) leed de vijand een nederlaag, kommerlijk wegvluchtende, na groote verliezen. Zoo stond het, toen Zijner Majesteits troepen, weer voorttrekkende, te Rabut carat kwamen, en niet lang daarna uit het westen (op nieuw) vijanden naderden. Daarop streed Zijne Majesteit met al zijne manschappen, en vluchtte de vijand na hevige verliezen weer, en het scheen dat zij allen voor goed vluchtten (P). Onder die omstandigheden vertoonden zich echter ten oosten van Haniru wapperende, roode en witte, vijandige vaandels, en toen onttrok zich Ardharaja aan den strijd, zich schandelijk gedragende, en doelloos naar Kapulungan vluehtende. Hierdoor ging het leger van. Zijne Majesteit te niet. Zijne Majesteit evenwel bleef trouw aan Zijne Majesteit Kêrtanagara. Daarom

bleef Zijne Majesteit te Rabut carat, en ging vervolgens ? noordwaarts naar

Pamwatan apajëg, benoorden de rivier. Er waren toen nog ongeveer zes honderd man bij Zijne Majesteit. Met het aanbreken van den volgenden morgen kwam de vijand, Zijne Majesteit achterop. Zijner Majesteits troepen trokken hem tegemoet, en hij trok zich terug en raakte aan het vluchten, maar al was dit zoo, de troepen van Zijné Majesteit waren nog al minder geworden, want er deserteerden er, die hun lijf zochten te bergen en hem verlieten, en zoo werd hij bevreesd geheel-ontbloot te raken, Daarop overlegde Zijne Majesteit met die (nog) bij hem waren. Zijne meening was naar Trung te moeten gaan om met den akuwu daar, rakryan Wuru agraja, die door Kêrtanagara tot kuwu -waa aangesteld, te overleggen, opdat hij Zijne Majesteit zou helpen de lieden oostelijk en noordoostelijk van Trung te verzamelen. Allen waren het hiermede eens, en na het invallen van den nacht ging Zijne Majesteit over Kulawan, uit vrees .door den vijand, die zeer talrijk was, achterhaald te worden.Te Kulawan stuitte hij weder op vijanden; hij werd door hen vervolgd, maar onttrok zich aan hen door noordwaarts te gaan, om als het kon naar Këmbang cri te ontkomen. Ook daar vond hij weer vijanden, die hem vervolgden, en toen vluchtte hij met allen, die bij hem waren, zoo spoedig zij konden, zwemmende, noordwaarts de groote rivier over. Daarbij kwamen er velen om, anderen werden door den vijand achterhaald en met de lans afgemaakt, en die hun leven redden, raakten overalheen verspreid. Er bleven er slechts twaalf ter bescherming van Zijne Majesteit.

Met het aanbreken van den dag kwam Zijne Majesteit hongerig, vermoeid,

Sluiten