Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vorst van Kalang, Haji Katang '), die den door de Chineezen gezochten Torst van Java, Haji Ka-ta-na-ka-la 2), welke al dood en Tuban Pijaya's schoonvader bleekte zijn, kort te voren gedood had 3). Tuhan Pijaya was met Haji Katang een oorlog begonnen, doch had hem nog niet kunnen overwinnen, en daarom had hij zich nu naar Majapahit teruggetrokken. Hij zond een verslag over de rivieren en zeehavens van zijn land, en een kaart van Kalang 4), en berichtte, dat in zijne plaats zijn eerste minister5) Sih-la-nan-da-cha-ya °) en veertien anderen zouden komen. Er werd daarom bevel gegeven deze personen te gaan halen. In dien tusschentijd hadden zich alle Chineesche troepen op de afgesproken plaats verzameld. Dat punt was zeer goed gekozen, want het kon den toegang geven tot (geheel) Java; als men de rivier, aan de monding waarvan men zich bevond, opvoer, zou men van zelf het paleis van den vorst van Tumapan (Tumapël) ') bereiken. Hef bleek evenwel, dat men besloten had die plaats tegen de Chineezen te verdedigen, en daarom was het dan ook, dat de eerste minister8) der Javanen, Hiningkuan °), die zich op een vaartuig bevond, om te zien hoe het gevecht af zou loopen, zelfs na een herhaalde sommatie niet voor den dag kwam. Er werd daar een versterkt campement gemaakt, en nu trok men gedeeltelijk te water, op vaartuigen, en gedeeltelijk, de cavalerie en de infanterie, langs den oever, vooruit.

Dit gezien hebbende, ging Hiningkuan van het schip, waarop bij was, af, en vluchtte dien nacht nog weg. Men maakte meer dan 100 groote schepen buit, met JMfor-koppen op de voorplecht. Na eene bezettang in Patsieh, de thans bezette en versterkte plaats, te hebben gelegd, ging men verder voort. Nu kwamen er gezanten van Tuhan Pijaya, om te vertellen, dat de koning van Kalang, Tuhan Pijaya's tegenstander, dezen tot bij Majapahit had nagezet, en dat hij daarom om hulp vroeg. Ike Mese ging dadelijk tot hem, en een afdeeling der troepen volgde

1) In de oorkonde Qri Jaya katyëng (= katong) van Gëlang-gëlang, zie 36. Haji is het Javaansche (Polynesische) woord voor vorst. 't 2) Zie Hoofdstuk V.

',J£&- *Ó Er staat: At that time Java carried on an old feud with the neighbouring country, Kalang, and the king of Java, (om dezen te straffen was men gekomen), Haji Ka-ta-na-ka-la, had already been killed by the prince of Kalang, called Haji Katang. — Zie hierboven p. 82.

4) Al deze bijzonderheden uit het bericht omtrent Shih-pi, bl. 26 (151).

5) Zie hieronder noot 8.

6) Sira dang dcdryal — Niet geheel exact. Er staat ^ ^ J|| ^ fl£ Si-la nan-da-c;a-yeT wat zou overeenkomen met Sira nandacaya of nandajaya. F.

>|4 j|§ J^È: Tu-ma-paa (*Du-.ma-ban) = Tumapël. F.

8) Deze term is hier, zooals de Heer Groeneveldt mij inliphtte, in den Chineeschen tekst m*t andere woorden uitgedrukt dan boven, waar in de vertaling dezelfde uitdrukking staat.

9) ipjj ® ^ Hi-nin kuan, letterlijk: de mandarijn (kuan) van Hi-nih. Deze plaatsnaam komt voor bij Chau Ju-kua (ed. Hirth-Rockhill, 1912) p. 83 in een andere, schrijfwijze, doch fonetisch gelijkwaardig, als jjf|| |B ; en wordt weergegeven met ^ ^ Hi-lió in de Tao yi ce Ho van Wan Ta-yüan uit 1349. Verg. Rockhill, Notes enz. in T'oung Pao 1915 p. 238. In verband met het bovenstaande kan Brandes' voorstel om dezen naam gelijk te stellen met hinweng Köripan niet aanvaard worden. F.

Sluiten