Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Omtrent Changku, dat zonder twijfel het Javaansche Canggu is, vindt men in de Notes, op bl. 47 (173) nog de volgende belangrijke mededeeling :

„Going eastward from Tuban ') for about half-a-day, one comes to Ts'e-

ts'un a), of which the native name is Gërsik 3) Going southwards from these two

villages, a distance of about 7 miles (twenty li), one comes to Surabaya4).... Going from Surabaya in a small boat, to a distance of 70 or 80 li (about 25 miles), one comes to a marketplace called Changku5); going ashore' here and walking southward for a day and a half, one comes to Modjopaitc), where the residence of the king is. In this place there are about 2 a 3 hundred native families, and seven or eight chiefs, who assist the king" ').

In de Pararaton treft men den naam driemaal aan: op bl. 18, reg. 8, waar gesproken wordt van een Canggu lor (noordelijk Canggu), waar Wisnuwardhana (Rangga wuni) een versterking laat maken; op bl. 32, reg. 4, waar medegedeeld wordt dat er te Canggu iemand stierf; en op bl. 24, reg. 26, dus in dit hoofdstuk, waar sprake is van de sohaning Canggu, de haven van CaUggu 8). Van welke waarde de plaats werd geacht, leert een oorkonde uit 1318 Qaka, dus uit den Majapahitschen tijd, en zonder twijfel ook uit dat rijk zelf afkomstig, nl. Kajvi-Oorkonde IV van Cohen Stuart, waarin men èn den naam Majapahit aantreft (la, 2) èn het navolgende leest (2b 5): Zij vrij van de verplichting zout te maken, den weg op

1) i^L j$L Tu-Pan (*Du-ban = Tuban). F.

2) Jffïj' ^th ts'ö-tsun. Groeneveldt's interpretatie „the Dung-village" is vreemd; misschien bevat de tekst een fout. F.

3) 1j£ ^ Ko-öl-n («Ga-r-si = Gërsi). F.

^ SL jan Su-lu-ma-yi (*Su-ru-ma-yi = Surabaya). F. 5) ^ÖS' Can-ku (»Jan-ku). F.

®) ïï^I "fÓ PI Man-cö-po-yi (*Man-ja-bai-yi — Majapait). F.

7) Het is onduidelijk of deze laatste zin op Changku, dan wel op Majapahit slaat.

8) Ook dit leidt er toe Se juistheid van de veronderstelling door den Heer Groeneveldt ten opzichte van het Changku dér Chineesche teksten gemaakt, te betv?\jfelen, doch waar de plaats dan wel zou hebben gelegen, is nog niet uit te wijzen (zie echter noot 2 op p. 109). De laatste uit de Pararaton aangetogen plaats dwingt aan een haven te denken, ook al lag deze niet vlak aan zee. In 't Bal. is sowan het gewone'woord voor de uitwatering of monding eener'rivier, zie van Eck's Eerste proeve van een Balineesch-Hollandsch woordenboek (1876). Hierbij zou men nu ook kunnen denken aan de plaats, waar een zijtak zich met de hoofdrivier vereenigt. In den tekst der Pararaton staat echter tinut tëkeng dunungane malayu maring sohaning Canggu, dus zoover als zij maar vluchten konden, tot aan de monding van de Canggu, waarmede moeielijk iets anders kan zijn bedoeld dan dat zij naar hunne schepen vluchtten, welke men in de eerste plaats in de haven zoeken zal, al zouden er de rivier opgevaren kunnen zijn. Dit is ook de opvatting in de Rangga lawe. Deze plaats van de Pararaton, welk boek niet altijd en overal door den dichter van dat gedicht is misverstaan, luidt daar: sdksana lumkas karo amrajaya sira wong Tatar lagi masane anadah kedkan kasulayah pjah sawaneh akanin cesaning pjah pada malakwinurip, dadi kalawan tumüt tang stri karandan tinüteng Canggu malih bahitra in&nang kimuta tang bharana ingonjaleng Majapahit tikdlahanya siddhaneng sandisandi. Na a in de Rangga lawe schier geregeld eng voor ing.

Sluiten