Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe de Heer Groeneveldt tot zijne conclusie) dat Majapahit pas kort vóór het komen der expeditie in 1293 A. D. gesticht was, is gekomen, is duidelijk. Geen der oudere Chineesche berichten vermeldt den naam, en zou deze wel onvermeld zijn gebleven, zoo Majapahit reeds vroeger had bestaan, en beroemd was geweest? Wel is waar zou men tegen het juist gezegde in het midden kunnen brengen, dat het desniettemin mogelijk is, dat de plaats toch nog ouder was, dan ook die Chineesche berichten doen vermoeden; dat bijv. de Chineezen, in vroegere tijden, de streek, waar het lag, niet bezochten, en _ dat het slechts daardoor onvermeld bleef. Ten bate van deze veronderstelling zij hier zelfs aangevoerd, dat de eerste maal, dat de naam in die Chineesche berichten voorkomt, er van gesproken wordt op eene wijze, die eene vroegere bekendheid met de plaats zou doen veronderstellen, zie Notes, bl. 23 (148). Doch men vergete daarbij niet, dat die verslagen opgemaakt zijn geworden, nadat de expeditie weer terug was gekeerd, en dat hij hun toen zeker bekend was, en verder, en dat is de hoofdzaak, dat Majapahit, zelfs al bestond het reeds in zeer oude tijden, toch niet het Majapahit was, waarover hier gehandeld wordt, en dat men te zoeken heeft, zoolang als het nog niet het beroemde Majapahit is, wat het eerst wordt na den tijd, die door dè Pararaton* en de Chineesche berichten ons als den vermoedelijken stichüngstijd er van wordt aangewezen.

Aan het voorafgaande dient nog iets toegevoegd te worden, minder evenwel omdat er nog iets op te merken valt dat ter zake dienen kan, als wel om hier ook te wijzen op nog een paar bijzonderheden, die het voor sommigen zouden kunnen doen schijnen, dat er toch sporen van een vroeger bestaan van Majapahit, dan volgens het bovenuiteengezette aanneembaar is, zouden kunnen worden vermeld. Ook bij deze is het daarom van belang hier nog een oogenblik stil te staan, terwijl er tevens uit blijken kan, dat zij, hoewel tot nog toe niet genoemd, toch geenszins voorbijgezien werden, waar het den schijn van zou kunnen hebben, als er niet even van werd gewaagd. Op zich zelf is het geenszins direct onmogelijk, dat, al weten wij het ook niet of niet bewijsbaar, er reeds in overoude tijden een Majapahit bestond. Het is bekend dat, waar zeker niemand van droomde, zelfs niet, waar uit Cohen Stuart's Kawi Oorkonde I, parujar i tirip sang stanggil, anak banna i Mataram kamanikan watak kahulunan, het bestaan van eene plaats of land Mataram, ergens in Midden-Java, in het midden der 9e Qakaeeuw '), sedert 1875 reeds bekend was, het uit de oude opschriften onverwachts aan den dag is gekomen, hoe beroemd deze naam, Mataram, reeds in dien tijd was, — men denke aan de- verscheidene malen voorkomende formule sakwehta dewata prasiddha mangraksang kadatwan gri mahdrdja i mdang i bhümi mataram, gij allen goden, die steeds het rijk van Z. M. den koning van Mëdang in het land van Mataram bewaakt 2), — en, waar het met dezen eenen naam heeft kunnen

1) Cohen Stuart's Kawi Oorkonde I is uit 841 Caka (919 A. D.).

2) Groeneveldt's Catalogus, bl. 361.— Verg. Nag. 6:3 voor een Majapahitsch Mataram.

Sluiten