Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De kidung, die Jaya katong tijdens zijn gevangenschap gedicht heet te hebben, de Wukir polaman, schijnt verloren te zijn gegaan. Men ziet, dat ten opzichte van zijn uiteinde de Chineesche berichten en de Pararaton verschillen, Notes, bl. 28 (153), en Pararaton, bl. 24, reg. 32. Met de plaats, die genoemd wordt als die waar hij gevangen zat, Junggaluh, is wellicht dezelfde bedoeld als door mij, zoöals elders werd medegedeeJjd^Ejdschr. Bat. Gen. XXXII (1889), bl. 394, in een opschrift werd aangetroffen, en door Dr. R. D. M. Verbeek, Not. B. G. XXVII (1889), bl. 10, onder voorbehoud, vereenzelvigd is met Mëgaluh, aan de Brantas-rivier, op de grens van Këdiri, tegenover de uitmonding der rivier Beng in de Brantas.

HOOFDSTUK VII.

Raden Wijaya, als koning Kertardjasa. Caka 1216—12.. (1231), Toen werd Raden Wijaya koning (prabhu), in 1216.

Later kreeg hij bij Raden Dara pëtak een zoon, wiens ksatriyd-naam Raden Kala gëmët was. De beide dochters van Bhatara Ciwabuddha, met wie de Tatar's om den tuin geleid waren '), nam hij beiden tot gemalin; de oudste woonde 2) te Kahuripan, en de jongste te Daha.

Als koning heette Raden Wijaya [25] Qri Kërtarajasa. Zijne regeering

duurde ? jaar. Zijn ziekte (?) 3). Na zijn dood werd hij bijgezet te Anta-

pura. Hij overleed in Qaka 1257 [lees 1231].

AANTEEKENING.

Uit de oorkonde van 1216 Qaka bleek boven reeds wat Raden Wijaya's koningsnaam was. Hij is hier dus goed opgegeven, met dien verstande evenwel, dat hij langer was, en voluit luidde Cri Kërtarajasa Jayawardhana. Zijn andere naam is voluit Nararya Sanggramawijaya, een titelnaam, die door de mantri hino (een prinses) tijdens Erlangga, + 950 Caka, reeds gevoerd werd, zie Cohen Stuart, Kawi Oorkonden n°. V, rakryan mahdmantri hino gri sanggrdmawijaya dharmaprasddottunggadewi 4).

Ik heb naast het jaar van den tekst, 1257, tusschen haakjes: lees 1217 [thans verbeterd in 1231] geplaatst. Als men den tekst vergelijkt, zal men zien,

1) In 't Jav. cinayakën. — J. deirkelijk: bemachtigd; kacaya bij V. d. Tuuk = aiïjuru. Vert.: gebezigd om er mede te misleiden, ten opzichte van de Chineezen? Vgl. Bal.

2) J.: resideerde, regeerde.

3) In 't Jav. orëmira awihën. — P.: Gedurende zijn regeering was de rust volkomen Zie nader Tijdsöhr. B. G. 56 (1914) bl. 144 noot 4. — J. Gedurende de jaren zijner regeering leed hij aan een kwijnende ziekte. V. d. T. urëm awihën; urëm of orëm (desnoods van a urëm) kwijnen, zie V. d. T. s. v. orëm, kuris, girih. Awihën = abuhen, waterzuchtig? (V. d. T. lijder aan een zièkte, welke?).

4) De namen Nararyya en Kërtarajasa Jayawardhana worden ook Nag.'45:1 vermeld.

Sluiten