Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en in de tweede'plaats als voorbeeld van het optreden van een kind als vorst in lateren tijd, is op zichzelf belangrijk genoeg om het te doen behouden, ook al kan dan het tweede geval niet meer als parallel voor de regeering van-den zuigeling Jayanagara dienen.]>

Zooals men . zich herinnert, had de expeditie van de Chineezen, waarover boven reeds gehandeld is, plaats in 1293 A. D., verliet zij Java weer in het einde van Mei van dat jaar, en kwamen daarop de troepen, die naar Malayu waren geweest, terug. Eerst na dien tijd kon Raden "Wijaya van de eene der Maleische prinsessen, Dara pëtak, een bini haji maken, en het is volmaakt in orde, als de Pararaton, zooals het boek dat doet, zegt dat hij bij haar eerst een zoon heeft gekregen, na zijne troonsbestijging in 1216 Caka (1294 A. D.). Die zoon was Kala gëmët, dien wij nu hier, reeds in 1217, vinden als zijn ppVolger, nadat Kërtarajasa in dat jaar overleed.

Kala gëmët of Jayanagara was dus hoogstens nog pas een zeer klein kind, toen hij zijn vader opvolgde. Ook hier kan weder gewezen worden op een zekere en opmerkelijke juistheid van de berichten der Pararaton, ook omtrent dezen vorst, terwijl daarbij een zeer merkwaardige tegenhanger van het hier^aangetroffene, als kind reeds optreden van een vorst, uit de geschiedenis van Java, zij het dan ook uit lateren tijd en uit een ander gedeelte van het eiland, in herinnering kan worden gebracht.

Voor het eerste is het slechts noodig hier nog een gedeelte uit de oorkonde van 1216 Qaka te citeeren (plaat 106, de laatste woorden en het vervolg), en daarbij even stil te staan.

Men vindt daar: haywa tan kumaya (11a) tnakën turunyanugraha pdduka gri mahdrdja amagëhakén ri kaswatantranikang sima ri kudadu, irikang kdla manghaturakën ta samasanak ri kudadu ri gri mahdrdja pasëk pagëh '), ma sü, 10, wdihan rdjayogya, rakryan bini haji, md si%, 8, kinapatanira, gri jayanagara, md sü, 4, mwang sang mantri katrini, rakryan mantri hino, md sü ma 4, rakryan mantri sirikan, md sü md 4, rakrydn mantri halu, md sü ma 4, umingsor i paramantri ring pakirakiran, sang prdnardja; ma sü md 4, sang nayapati, md sü md 4, makapramuka sang ' aryyd wirdja, wineh pasëk, md sü 1 (?) md 4, mwang sang wyawahdra [wyd] w(i)cchedaka, samgët (f)irivan, md 10, samgët jamb^ md 10, samgët (11b) pamwatan, md 10, pungkwi padlêgan, ma 10, mwang rdma tpi siring, ri tlasning maweh pasaksi, ri tanda rakryan makabehan, mwang rdma tpi siring, somilu ri kasusukanikang 2) sima ri kudadu, pinarnnah teka saji sangakudur 3) kadyangganing hayam, hantiga sasiringnya sawïdhiwidhdnaning man(u)s(u)k sima

van Kadiri; waarschijnlijk werd hij op die wijze als troonopvolger aangewezen (verg. editie bl. 122 en 280).

1) Er staat pasëk pasëk.

2) Er staat °nitan.

3) In de uitgave O. J.O. LXXXI staat sang akurug.

Sluiten