Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt gebracht, doch het is geenszins zeker, dat dit het juiste is. Men.zou hier voor het bijzondere feit staan, dat een kind reeds voor zijn geboorte, en dat vrij lang daarvoor, al een naam zou hebben ontvangen, en beschouwd zou zijn als een belangrijk persoon, en het is daarom waarschijnlijker om vooralsnog er iets anders, in een zelfden trant, in te zien, en wel dat het jongetje reeds vier maanden oud was, en, toen reeds beschouwd als toekomstige troonsopvolger, en dan ook om die réden, deelde in de eerbewgzen den vorst en zijne familie, en den verder genoemden hoogen ambtenaren bij die plechtigheid bewezen. Doch middelerwijl kwam darf toch aan het licht, dat werkelijk omstreeks den tijd, dien de Pararaton daarvóór aangeeft, Raden Wijaya, toenmaal» reeds Kërtarajasa, uit een bini haji een zoon geboren was, die, en daarop komt het hier wel aan, ook den naam van Jayanagara heeft gedragen.

Wat het tweede betreft zij de lezer herinnerd aan wat er in Bantën heeft plaats gehad, omstreeks den~iijd dat de Hollanders voor het eerst deze gewesten bezochten. Het voorbeeld, hier aan te halen, is dubbel merkwaardig, omdat in het genoemde rijk, onmiddellijk achter elkander, twee kinderen aan de regeering zijn gekomen, het eene volgens het verhaal op negenjarigen leeftijd, en het andere als een pasgeboren zuigeling.

Hieronder volgt in 'tkort wat men over de kroning dier beide bedoelde Bantënsche vorsten aantreft in de (grootere) sajarah of babad Bantën ').

Als Molana Yusup gestorven is, volgt bèm Molana Muhamad op. Deze brengt in niets wat door zijn vader ingesteld was, verandering. Hij bevordert het geloof (den islam) zeer, door boeken te laten afschrijven, en deze tot wakap te maken, en gaat in de leer bij Pangeran Kasunyatan, waarbij hij zijn rang van vorst geheel op zij zet, zoodat dit te Surasowan spreekwoordelijk wordt. Ondertusscben bloeit het rijk Bantën zeer.

(XXIII) Nu vraagt Sandisastra aan Sandirasmi2) of de molana (Muhamad)

1) Over deze babad Bantën zie men de noot op bl. 426, in mijn opstel Yogyakarta, in Tijdschr. Bat. Gen. XXXVII (1894). Deze babad is een hoogst merkwaardig boek. Behalve de'bijzonderheden, waarop ik t. a. p. reeds wees, zij hier nog even aangestipt, dat men er de genealogie der vorsten van Mataram, en de opkomst van dat rijk, met eenige eigenaardige afwijkingen, in beschreven vindt op een zelfde wijze als in de Babad tanah Djawi. Daar het boek naar alle waarschijnlijkheid in 1662/63 A. D. geschreven werd, leert men er dus ook wil; dat dat gedeelte van dié laatste babad toenmaals reeds een vasten vorm had aangenomen, iets wat met het oog op de vraag in welken tijd het eerste gedeelte van de Babad tanah Jawi zijn beslag gekregen heeft, van zeer veel gewicht is. Zoo is ook de beschrijving van het gezsÉtschap naar Mekka, dat voor Bantën den eersten sultanstitel haalt, zeer lezenswaardig, al ware *et alleen om de naiïeteit, waarmede het verhaal werdt gedaan. De cijfers hier ter aanduiding van de zangen gebruikt, gelden niet voor alle exemplaren, omdat de verdeeling in 't begin van het boek niet in alle exemplaren dezelfde is. — Deze babad heeft sedert het onderwerp gevormd eener „Critische beschouwing van de sadjarah Bantën", door Dr. H. Djajadiningrat (1913). De passage in kwestie wordt besproken op bl. 36—43. Alleenvan de belangrijke afwijkingen wordt hieronder melding gemaakt.

2) Sandiiacmi heet in het boek gewoonlijk Sandimaya, en vertelt, als 't ware in korte schetsen, aan Sandisastra de geschiedenis van Bantën.

Sluiten