Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere voogden, en inziende dat er nu niets meer aan te doen is '), bericht hij Pangeran Japara dat zijn zoon (d. w. z. zijn neef, Muhamad, de daardoor eigentlijk reeds geinstalleerde nieuwe vorst) hem verbiedt een stap nader te komen op straffe des doods, en hem beveelt naar Japara terug te koeren, waarvoor drie schepen in gereedheid zijn gebracht. Daarop ontbrandt er een gevecht, waarbij dëmang Laksamana sneuvelt, en Pangeran Japara overhaast wegvlucht, scheep gaat, en wegzeilt, waarna de kroning van Muhamad tot ratu Surasowan voltooid wordt, terwijl de kali de voogdijschap verder aan den mangkubumi overdraagt.

Nadat er nu vervolgens verhaald is, dat er een Frankenschip (Përnggi) op de reedé van Bantën gekomen was, en dit was afgeloopen2), wordt er verder (XXV) medegedeeld, dat een verwant van den sultan van Dëmak, Pangeran mas, een vroom man, die veel van reizen hield 3), te Surasowan komt. Bij hem gaat Bantën'a vorst in de leer (aguguru). Bij een zekere gelegenheid vraagt deze aan zijnen leermeester, hem orr het afloopeu van dat schip wijzende, waar hij den heiligen' krijg zou kunnen gaan voeren, daar hij dat gaarne zou wenschen te doen. Pangeran mas wijst hem op Palembang4), waar hij op zijn reizen een dbdan, Soro, had achtergelaten, dien hij hem schenkt, en die hem daar helpen zal5). Muhamad laat een vloot klaar maken, en gaat, hoezeer de mangkubumi het hem ook afraadt, er heen, vergezeld van Pangeran mas en den mangkubumi, terwijl de kali met het bestuur belast wordt. Bij zijn vertrek liet Muhamad eene zijner vrouwen, de putri adi mulya, een prinses van Bumi gëhi, vijf maanden zwanger achter °). Men bereikt Palembang, na de punggawa's van de Lampung's, Tulangbawang, Putih en Sëmangka, opgeroepen te hebben, ora Palembang over land aan te vallen. Men vaart de rivier op. De Palembangers hebben" een vierdubbele benteng van tambè'su-hout gemaakt. Daarnaast werpen de Bantëners er een op. Er, wordt hevig gevochten, doch onder het , gevecht komt de tijd voor het avondgebed (magrib). Muhamad laat een sein geven het gevecht te staken; men zal het gebed doen. De vorst is met zijn gevolg op een papanggungan geklommen. Niemand durft imam te zijn, en daarom is hij 't zelf. Daarna dikir't men. Onderwijl' vuren de Palembangers steeds, en vooral op het schip van den vorst,

1) Ook dit is volgens Dr. Djajadiningrat een onjuiste opvatting; als hij aan den overkant geweest is, keert hij terug en brengt zijn bericht, geheel volgens plan. De rol van den mangkubumi is door Dr. Brandes misverstaan.

2) Men maakte hierbij kanonnen buit, waarvan er een den naam Kalantaka en een ander dien van Urang ayu kreeg. De voorstelling is, dat het afloopen van dat schip een voeren van den heiligen krijg ia.

3) Dit is de bekende Pangeran Dëmak, dien dé Hollanders bij htin eerste verblijf in Bantën daar aantroffen; de Jonge, Opkomst enz., II (1864), bl. 196.

4) Palembang was dus .toenmaals nog niet tot den islam overgegaan.

5) Volgens Dr. Djajadiningrat (bl. 39) wordt juist de afvalligheid van Soro als voorwendsel aangegeven om Palembang aan te vallen, en is er geen sprake van diens hulp.

6) Hier is iets weggelaten, over een eveneens zwangere sëlir, uit welke later Wangsadipa geboren wordt en die door den sultan aan Këntot Dalit was geschonken.

Sluiten