Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Indrajaya, op de papanggungan mikkende. Een kogel ketst tegen hét lansenrek, en wondt den koning en nog een ander. De mangkubumi vliegt op hem toe, neemt hem op, en brengt hem in zijn salon, waarna hij" zich in de deur daarvan zet. Hij verlaat die plaats niet, maar geeft na drie dagen uit naam van zijn heer bevel huiswaarts te stevenen, terwijl Pangeran mas met de troepen blijven zal. Te Bantën gekomen, wordt er beficït>naar den wal gezonden. Ondertusschen is de mangkubumi steeds op zijn post gebleven. Daar zendt de kali de boodschap, dat er een zoon is geboren uit de putri van Bumi gëhi. De mangkubumi laat hem zeggen, dat hij 't lijk naar de surambi van de groote moskee zal brengen, en verzoekt hem daar ook het kind te brengen, uitgedost met alle rijksinsigniën, en zoo wordt dat bij het lijk, als het ware door zijn vader zelf, oogenblikkelijk tot koning uitgeroepen. Voogd over het kind wordt Jayanagara '). Het overlijden had plaats (kang mantuk ing rahmatingsih) in prabu-lepas-tataning-prang 2). Muhamad was 25 jaar oud, toen hij overleed, en daarvan was hij 16 jaar koning geweest. Na zijnen dood heette hij Pangeran seda ing Palembang. Dit is wat er van bekend is.

Daarop volgt nu in Zang XXVI tot en met XXVIII wat met den naam paiUr wordt aangeduid.

- Eerst wordt er nog iets verhaald van Pangeran Abdullah Kadir 3). Njai Emban_ Rangkung was zijn gouvernante, amongmong, de patih amangkubumi zorgde voor de bestuurszaken, en de gusti kreeg les in het ngaji van den kali. Toen de prins \gusti) wat ouder was geworden, overleed de mangkubumi. Dit gaf een groote stoornis en nu kwam het bestuur in handen van Njai gëde Wanagiri. Zoo ging het een tijd goed,'tot men haar den raad gaf te huwen, waarbij men het eens was, dat de dipati mangkubumi 4) haar man moest worden. Nu zorgde ook deze voor den prins. Hij deed dit op een voortreffelijke wijze, nooit liet hij hem alleen, en hij liet hem alle eer geschieden, die hem toekwam, zelfs werden de sëtonan (sasapton) gehouden, waarbij de mangkubumi dan 't kind vóór zich op het paard nam. Het schijnt echter dat dit op den duur bij de edelen niet in den smaak viel, daar zoo doende ook aan den mangkubumi herhaaldelijk vorstelijke eer bewezen werd. Het kwam tot eene samenzwering, aan het hoofd waarvan pangeran Manggala en pangeran Mandura stonden, en waarin men ook den kalt haalt, dpch op stuk van zaken verricht men uit medelijden met den jongen

1) Ook hier is iets weggelaten over die zelfde sëlir. — Volgens Dr. Djajadiningrat (bl. 40) is de opvatting van Jayanagara als voogd gevolg van een foutieven versregel, en wordt ten rechte de mangkubumi weder met de voogdij belast.

2) 1501 (?), wat wezen zou 1581 A.D. Zooals men weet, heeft het feit in 1596 A.D. = t527 plaats gehad, Veth, Java, 1ste'ed. II (1878), bl. 271; 2<ie ed. I (1896), bl.318. De strophe luidt in haar geheel: kang mantuk ing rahmating sih prabu lepas tataning' prang, kang kapanggih ing sastrane kawula darma ninilad, sampun dening kaku lamang, kang titi kang kaduwur, wus raharja jaman ika.

3) De jeugdige vorst.

4) Er moet dus inmiddels een nieuwe mangkubumi gekozen zijn.

10

Sluiten