Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

prins (die op den mangkubumi zeer gesteld was) niets. Ten slotte neemt dipati Yudanëgara het op zich den mangkubumi te dooden, op voorwaarde, dat men hem straks tegen den prins, die zeker verwoed zijn zal, in bescherming zal nemen. Hij sticht nu brand in de kraton, waardoor de mangkubumi alleen naar buiten komt, en daarop afgemaakt wordt, zijn toevlucht eerst nog tot den kali genomen hebbende, welke zegt zich, omdat hij een wong pakir is, buiten alles te moeten houden. Den jeugdigen -prins tracht men te sussen, en men geeft hem toe, dat de schuldige te straffen is. Pangeran Kulon, Pangeran Singaraja, Ratu bagus Kidul en Ratu bagus Prabangsa leggen zich daar niet bij neder. Yudanëgara vlucht tot hen, en bij hen sluiten zich ook nog aan Rangga Loleta, Andamohi Kalang, Diramanggala, Singajaya, Kyai Sabandar, Tumënggung Anggabaya en Panji Jayeng tilam, die allen zich naar het lagergelegen land begeven, milir '), nl. naar pasar Kapalembangan. Alles wat benedenstrooms van de moskee woonde, roept met hen Pangeran Kilen tot vorst- (ratu) uit. Pangeran Arya pëpatih en Pangeran (Rana)manggala trekken tegen hen uit. (XXVII) Nu had "Wijamanggala zich bij de opstandelingen, hoewel in de ilir wonende, juist niet aangesloten. Hij tracht naar Saruni te ontkomen. Bij Puk) Da4aPan wordt hij door Yudanëgara achterhaald en gedood, terwijl lieden van Batawi 2) den buit rooven. Dan trekt men tegen Bantën op. (XXVIII) Pangeran Ranamanggala en de jeugdige vorst zien het gevecht van boven de bolwerken aan. De aanval wordt afgeslagen. Daarna komt de pangeran van Jakëtra te. Surasaji. Hij weet den twist bij te leggen. Alle edelen, die zich niet willen schikken, zal hij naar Sulakërta (= Jakëtra) medenemen. Pangeran Kilen, Pangeran Singaraja en Tubagus Prabangsa volgen hem daarom naar Batawi. Vier jaren blijven zij daar", dan keeren zij naar Bantën terug. De pailir had plaats in tampa-guna-tataning-prang 3); zoo kwam Bantën tot rust eh kwam het weer bij.

* (XXIX) Eenigen tijd daarna wil men nog eens tegen Palembang optrekken. Het gaat evenwel niet door, omdat de vorst nog zoo johg is. Sumënëpers, die naar Bantën waren komen vluchten, toen Mataram Madura veroverd had, zendt Pangeran Ranamanggala enz., om geen ongenoegen met Mataram te krijgen, weer weg; in Mataram worden zij verbrand. Pangeran Pajajaran, en evenzoo Pangeran Pringgalaya, en hun volk, krijgen echter wel verlof in Bantën te blijven, als zij daar om een zelfde reden hun toevlucht zoeken, daar zij in familierelatie tot. het vorstelijke huis stonden. De laatste gaat inwonen bij Dipati Pontang. Enz. 4).

Beschouwt men hetgeen er Uit. de regeering van Jayanagara verhaald wordt,

1) Vandaar de naam Pailir.

2) Een reeks namen van opstandelingen is hier overgeslagen; evenzoo,de beschrijving van het gevecht, dat volgt, en van inlandsen standpunt belangrijk is. Batavvi wordt hier anachronistisch gebruikt. — Deze „lieden van Batawr' hebben volgens Dr. Djajadiningrat (hl. 42) hun ontstaan slechts te danken aan een verkeerde lezing batawi in plaats.van banawi.

3) 1530, wus tinëngëran duk lagya perang pailir tampaguna tataning prang.

4) Het vervolg handelt over de komst van Koen en de gevolgen daarvan.

Sluiten