Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Majesteit hem als mangkubhumi te ontslaan •), wat niet werd aangenomen. Hij keerde daarop naar huis terug, riep Gajah mada, en zij hadden een gesprek in de pëndapa. Hij beval Gajah mada patih 2) te Majapahit te worden, doch nog geen mangkubhumi: „Ik zal u steunen bij alles wat u lastig wezen zal" 3). Gajah mada zeide: „Ik wil nu nog geen patih worden. Als ik van Sadeng terug zal zijn, dan wil ik het wel; als het mij vergeven zal zijn, dat ik ongeluk heb 4) gehad, dan zal ik het kunnen doen". „Goed, mijn jongen, ik zal u steunen in alles wat u moeite geeft of lastig wezen zal". Toen, toen hij Arya Tadah's belofte hoorde^ herleefde -Gajah mada's moed weer. Hij vertrok daarop [28] naar Sadeng 5). Den mantri's araraman, en ook den apatih amangkubhumi, werd °) wijs gemaakt'), dat Këmbar het eerst voor Sadeng had gelegen 8). De amangkubhumi werd boos, hij zond er buiten-mantri's (op uit); er gingen vijf MkëVs 9),' ieder met vijf man. Zij vonden Këmbar in het woud dwars 10) op een omgevallen boom zitten "), als zat hij te paard, en hij sloeg met12) zijn karwats naar hen, die in opdracht hadden op hem te gaan zittenj?) 13). De mantri's en de kaki gusti, de apatih u) amangkubhumi, hadden de opdracht gegeven op hem te gaan zitten (?),5), omdat hij het eerst de lieden van Sadeng omsingeld had. Een der gezondenen, die hij in het gezicht wilde slaan, ontkwam achter een boom. Këmbar zeide: „Ik onderwerp mij niet, ik vecht liever dan dat ik mij aan uwen heer onderwérp" IG). Zij gingen daarop heen, en berichtten, wat Këmbar gezegd had.

Gajah mada zweeg, omdat men hem voor geweest was, en de lieden van Sadeng al omsingeld waren (?) ").

Tuhan Wuruju was een dewa-putra van Painëlëkahan ,8); als deze met zijn

1) In 'tJav. asaha, te lezen asalahal 1

2) Lees apatiha.

3) In 'tJav. sadudunira.

4) J.: te kort schiet.

5) Een meer uitgebreide lezing van de nu volgende passage is in de handschriften D, E en I voor den dag gekomen. Zie de critische aanteekening bij den tekst, hierboven bl. 35.

6) J.: was.

7) In 't Jav. pinadaya. — J. Ontbr. V. d. T.; is mogelijk.

8) J.: Sadeng had omsingeld.

9) J.: menschen van vijf bë/ceZ-schappen.

10) In 't Jav. angandulandul. — P.: wippende. — J. leg. angandulandul, op en neer wippen.

11) J.: staan.

12) In 'tJav. anglimbekën. — J.: zwaaide met.

13) In 'tJav. amalinggiha. — P.: om hem terug (naar huis) te laten gaan; lett. te doen zitten. — J. Onmogelijk, geen prefix pa. Het is V. d. T. amalungguh, iemand verwijtend toespreken, hem vragen, waarom hij zich aan iets ongeoorloofds heeft schuldig gemaakt, vgl. Jav. milungguh, zich beklagen over iets bij iemand.

14) J.: De mantri's en de Heer apatih.

15) Zie noot 18. J. punarëke = pun -f- rekel

16) J.: in het gevecht onderwerp ik mij niet aan enz.

17) In 't Jav. tëka winahonan kinëpang wong Sadeng. — P.: om de lieden van S. te omsingelen. — J. amahoni, herhalen (V. d. T.) of in orde maken. Toen hij kwam, werd S. 'weder belegerd.

18) Volgens Rouffaer: Malajta-land.

Sluiten