Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tasik) in terug te vinden is van het oude Samudra op Sumatra's oostkust; de laatste naam toch, die later op het geheele eiland (Samudra, Samatra, Sumatra) overging, zou de fraaiere, de versanskritiseerde benaming van de plaats kunnen zijn, daar samudra gelijk is aan tasik '). Toch dient daarnevens nog op iets anders gewezen. te worden, en wel op het feit, dat in de Silalatassalatin 2), in Hoofdstuk III, verhaald wordt dat Sang Mla utama, als hij op Bintan gehuwd en achtergebleven is, op een zekeren tijd zin krijgt Tanjung bëmban te gaan bezoeken en daar gekomen, op een grooten steen geklommen, aaU den overkant een schoon wit strand ziet, hetwelk. men hem inlicht, dat de kust is van het uitgestrekte v-L^U1. De schoonheid van het landschap trekt hem zoo aan, dat hij er zich met zijn gevolg dadelijk heen begeeft, wat niet zonder ongelukken gebeurt, zoodat Mla utama zelfs zijn diadeem aan de zee moet prijsgeven, maar geland vestigt hij er zich dadelijk voor goed, de streek den naam Singhapura, gevende 3).

Ook Tanjung pura is zeer moeielijk te localiseeren, en wel om dezelfde reden 4). Wel doet hier het noemen van Tanjung pura naast Haru, aan Sumatra's oostkust denken, waar men een plaats van dien naam benoorden Deli vindt, maar omgekeerd dwingt een gedeelte van Hoofdstuk II der zelfde Maleische kroniek, als waarnaar zooeven reeds verwezen werd, ons het elders te zoeken, daar het daar voorkomende (en dus beroemde) Tanjung pura zuidelijk van Palembang moet hebben gelegen, tusschen Palembang en een zeker gedeelte van Java (er wordt van Majapahit gesproken), en van Palembang uit slechts over zee te bereiken was 3).

1) Uit den Nag. (14:2) blijkt, dat Tumasik op het Mal. schiereiland lag. Zie Kern op bl. 12 der editie.

2) Dat is de bekende Sajarah Malayu, uitgegeven te Singapore in 1830 (?); een herdruk, bezorgd door den Heer Klinkert, verscheen te Leiden in 1884; inmiddels gaf in 1856 (zie Aardr. en Stat. Wdb. van N. I., deel III, bl. 784) Dulaurier nog een nieuwe uitgave van het begin, met varianten, in zijn Collection des principales chroniques malayes; vertaald werd de tekst, zoover als hij uitgegeven is, door Leyden, na wiens dood Raffles in 1821 die vertaling in 't licht gaf (Malay Annals); en aanteekeningen op deze vertaling, die hier en daar gewijzigd, niet verbeterd werd, leverde Braddell in 'tJournal of the Indian Archipelago, Vol. V en VI (1851 en 1852); voorts zie men over 't boek ook nog Roorda van Eysinga's Ontwikkeling van het Maleische werk y^Jb^LJt iübLw enz. in Tijdschr. van Ned. Ind., 6= Jg., III, 1843, bl. 244.— Nieuwere uitgaven zgn die van Shellabear uit 1896 (in Arabisch karakter) en 1898 (in transcriptie, met 2d» druk in 1910); een vertaling van, Marre uit 1900.

3) Over Tumasik = Singhapura zie men een studie van Rouffaer in een der volgende aft. Bijdr. Tl. Lnd. Vlkk. v. N I.

4) Blijkens den Nag. is het zonder eenigen twijfel Borneo, gelijk ook reeds door Rouffaer in Bijdr. Tl. Lnd. Vlkk. v. N. I. 6: VI (1899) bl. 113 vermoed was.

5) Satëlah kaluwar dari kuwala Palembang lalu bërlayar menu-ju sëlatan ënam hari ënam malam jatuh ka Tanjung pura maka raja Tanjung pura pon kaluwar mëngalaw^kan bagenda dëngan sarba kabësaran dan kamuliyaan dibawaha masok ka nagëri didudukkanna, diyatas singgasana karajaan dihormatiha dëngan sapërtina, satëlah kadëngaran ka-Majapahit bahuwa raja turun dari bukit Sëgantung itu ada di-Tanjung pura maka batara Majapahit pon bërangkat hëndak bërtëmu dëngan sang Sapurba (ujji**). — In plaats van Sëgantung leze men Siguntang. Zie Westenenk in Tijdschr. Bat. Gen. 57 (1916) bl. 251.

Sluiten