Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Tanjung pura in Palembang zelf kan hiermede niet bedoeld zijn, en evenmin, naar het schijnt, dat, hetwelk men vindt in Lais (Benkulen), doch ook tusschen het op Borneo (in Matan, Westkust) en op Java (in Krawang) gelegene is het moeielijk een bepaalde keus te doen, daar eensdeels voor het eerste pleiten zou, dat het een Maleisch staatje zou vertegenwoordigen, maar naar het tweede de opgegeven koers (selatan, zuid)\Weer wijst ').

Onder de voorkomende namen, die schijnen te verhalen, dat noch de oostkust van Sumatra of de streken, die men in de nabijheid daarvan aantreft (Tumasik (P), Haru, Palembang, Pahang op het schiereiland, Tanjung pura (?)), noch vhet oostelijk gedeelte van den Arehipel (Bali, Dompo, Gurun, Seran) op dat oogenblik onder Majapahit's opperbewind gebracht was, mist men den naam Malayu, waarheen, zooals Hoofdstuk V vertelde, reeds in 1197 Qaka eene expeditie was uitgezonden, die eerst in 1215 Caka van daar terugkeerde, zie het einde van Hoofdstuk YI, en zooals men vermoeden moet, niet geheel onverrichter zake. In het tegengestelde geval zou men dien naam ook hier verwacht hebben, waar hij nu niet voorkomt. Reeds om die reden voelt men zich geneigd de streek, die in het bijzonder den. naam Malayu zou hebben gedragen, ook elders op te sporen, dan daar waar men hem met de ons bekende gegevens het eerst zou zoeken, d. w. z. niet op de oostkust van Sumatra of in de daar dichtbij gelegen eilandenwereld, of op het schiereiland, maar op de westkust van het eiland2). Daartoe bestaat ook van een andere zijde eene gegronde aanleiding, want het bleek, zooals boven reeds in herinnering moest worden gebracht, dat op de westkust, in de Mënangkabau'sche landen, omstreeks het jaar 1265 Qaka een vorst regeerde, die aan de Majapahitsche prabhu istri I verwant was, en Adityawarmadewa heette 3). Toch stuit men ook hier weder op bezwaren, en van de weinige gegevens, die ter beschikking zijn, mag er geen veronachtzaamd of verwaarloosd worden*

Zooals bekend is, levéren ook de Maleische kronieken nog het een en ander over Majapahit's veroveringen. Ten dien opzichte dient er vooral gelet te worden op de ^^Jj iüüC=> en de ^aL^LJ! ïLfeL*, de kroniek van Pasay4) en de Sajarah Malayu 3).

1) In de Hang Tuwan maakt men de reis van Malaka naar Majapahit steeds over Palembang, Jayakëtra en Tuban, en omgekeerd. Toch is het zeer de vraag of men hieruit iets in het voordeel van het Tanjung pura in Krawang mag afleiden, want omgekeerd zou de traditie van den oorsprong van het vorstenhuis van Sukadana, uit het Majapahitsche, weer eerder naar Borneo's westkust wijzen.

2) Malayu is, naar sedert bleek, oorspronkelijk wel de naam van Djambi, later die van geheel Sumatra; zie bl. 121, noot 3.

3) Wellicht wijst ook de naam der prinsessen, die uit Malayu kwamen, met hun Dara, op die. streek, zie boven bij Hoofdstuk VI.

4) De Hikayat raja-raja Pasay werd naar een handschrift uit de Raffles-verzameling in 1848 uitgegeven door Dulauriei- in zijn Collection des- principale* chroniques malayes.

5) De overige mij bekende, de Hikayat raja Bafijar dan raja Kotaringin, de Salasilah raja Sambas, en de Salasilah Kutay, gaven niets van belang. Voor de eerste zij men ver-

Sluiten