Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woonachtig, welke niet minder in een tijd vallen, dat Majapahit, volgens het bij Hoofdstuk VI boven verkregen resultaat, nog niet bestond. In Hoofdstuk IV en X nl. van de. Sarajah Malayu is sprake van twee tochten, door krijgslegers van Majapahit ondernomen tegen Singhapura, de eene met een kwaden en de andere met een goeden uitslag.

Ook hier is het noodigxde geschiedenis voor een duidelijke uiteenzetting iets hooger op te halen.

Nadat in Hoofdstuk II het verslag over de tochten van Sang Sapurba ten einde is gebracht, met het verhaal dat hij, na zijne ontmoeting met den vorst van Majapahit te Tanjung pura, zich naar Lingga, straat Sambor, begeeft en, van daar door de koningin van Bintan naar Bintan geïnviteerd, op deze plaats zijn zoon Nila utama, die onderwijl met" de dochter dier koningin, Wan Sri bini '), in het huwelijk was getreden, achterlaat, ais hij zelf zijn tocht voortzet naar de bovenlanden van de Kwantanrivier, welke hij over Ruku en Tanjung balang bereikt en zoo koning van Mënangkabau, en voorvader der vorsten van Pagar ruyung wordt, bericht Hoofdstuk III de stichting van Singhapura, daar waar vroeger Tëmasik (?). te vinden was, door Sang Nila utama, die nu den naam Sri Tribuwana gaat voeren2), en Hoofdstuk IV den dood van>dezen vorst, die door zijnen zoon Raja këcil bësar, onder den titel van Paduka Sri Wikramawira wordt opgevolgd. Singhapura is intusschen tot hoogen bloei gekomen, en dit komt (Hoofdstuk V) den vorst van Majapahit ter oore. Gevoelig er over, dat de vorst van Singhapura, die toch familie van hem, zijn neef, was, hem geen hulde bewijst, maakt hij hem daarop eerst minzaam opmerkzaam, maar vindt in het antwoord een reden . tot het dadelijk uitzenden van een expeditie, die echter eindigde met een gedwongen terugkeeren van den Javaanschen vijand naar zijn land.

Maar nadat nu Sri Wikramawira opgevolgd is door Sri Ramawikrama (einde Hoofdstuk V), en deze weder door diens zoon Paduka Sri Maharaja (Dasya raja, einde Hoofdstuk VI), volgt er opnieuw een overval vaï Singhapura door troepen van Majapahit (einde van Hoofdstuk X), die, gekomen op de roepstem van een bandahari van den zoon van Sri Maharaja, Raja Sëkandar Shah, welke zijnen vader weer had opgevolgd, en de dochter van dien dienaar van hem een zware beleediging had aangedaan, Singhapura veroveren en Sëkandar Shah van daar jagen, wat nu de stichting van Malaka op den vasten wal, door dezen vorst, tengevolge had 3).

1) Zijne moeder was Wan Sundari, de dochter van Demang Lebar daun.

2) Dat de namen Vr**" en jJjjt- ^Li ontleend zijn aan die van de beide widadari's Suprabha en Tilottama, evenals «jH***, zie beneden, aan dien van Menaka, merkte Van der Tuuk reeds op, in Bataksch leesboek, IV, f862, bl. 114 'WÊÊk

3) Over de stichting van xMalaka zie men Ferrand, Malaka, Le Malayu et Malayur, Journ. asiat., 11: IX en X (1918), en de bestrijding daarvan door Rouffaer is het op bl. 148, noot 6 bedoelde artikel.

Sluiten