Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Brengt men de hier gememoreerde feiten in jaartallen, waarvoor hier die worden genomen welke Dr. de Hollander in zijn Kort overzicht van de geschiedenis der Maleiers') geeft, dan zou de eerste tocht hebben plaats gehad tusschen 1208—1228 A.D. en de tweede kort voor 1252 van diezelfde jaartelling2), of tot Caka-jaren herleid tusschen 1130—1145 en vóór 1174, èn het is dus zeer de vraag, of men zich niet gedwongen moet gevoelen, tenminste in dien tweeden tocht tegen Singhapura de pamalayu van de Pararaton te zien, Caka 1197—1215, en mogelijk is het, dat bij eene nieuwe berekening der cijfers van de Hollander, die t;a. p. zelf reeds varianten opgeeft, de gissing wél eens juist zou kunnen blijken te zijn 3).

Zoodat, zooals men ziet, andere berichten weer voeren tot een geheel ander besluit, en het wel het veiligste is, voorshands in deze moeielijke kwestie niet verder te beslissen dan het stellen van Majapahit's groote veroveringen in een lateren tijd na 1265 Caka, zooals boven reeds werd aangenomen, en met het oog hierop kan dan voorts nog gewezen worden, zoowel op hetgeen de Sajarah Malayu ons omtrent die veroveringen, zij 't dan ook slechts indirect, nog verder bericht, in Hoofdstuk XIV, als op hetgeen daaromtrent door de Javanen van Java wordt medegedeeld 4). 'W$jfy

1) In zijn Handleiding bij de beoefening der Maleische taal- en letterkunde, 5e druk {1882), 2« deel, Hoofdstuk I, zie bl. 278 en 279.

2) De Hollander geeft:

Sri Tribuwana, .ikL| —1208,

Sri Wikramawira, 1208—1223,

Sri Ramawikrama, 1223—1236,

Sri Maharaja, 1236—1249,1

Sri Sëkandar Shah, 1249—1274. De inname van Singhapura zou plaats gehad hebben in 't 3« jaar der regeering van* den laatste, en daarna Malaka in 1252 (= Caka 1174) gesticht zijn. De Singapore-editie van de Sarajah Malayu spreekt echter van een verblijf van Sëkandar Shah te Singhapura van Uga puluh duwa tahun, wat tot 1281 (= Caka 1203) leiden zou. — Naar Rouffaer opmerkt, heeft De Hollander deze lijst letterlijk overgenomen uit Valentijn V, 1 (1726) fol. 352, slechts met verbetering van de schrijfwijze en weglating van 1160 als begin der regeering van Sri Tribhuwana. Valentijn's bron is de „Voorreden" van Ds. Petrus van der Vorm „voor het herdrukt Dictionarium van D. Gueynier", Verschenen in 1708 in Deel II der Collectanea Mala-ica Vocabularia of Maleische Woord-böekrsameling. Volgens de daar opgegeven regeeringsduur der verschillende vorsten heeft Valentijn *de jaartallen uitgerekend, beginnende met den laatsten, doch klaarblijkelijk was de opgave niet juist. Volgens Rouffaer kan men van geen vorst van Singhapura-Tumasik iets zekers zeggen; de periode-Tumasik moet ongeveer 1300—1400 A.D. geduurd hebben. Den hierboven als laatsten vorst genoemden Sri Sëkandar Shah vindt men dan van ca. 1390—1414 te Malaka, als Përmaisura of Raja Iskandar Shah. Zie verder bij Hoofdstuk XII.

3) De lezer zij hier verwezen naar de in de vorige noot reeds medegedeelde afwijkende lezing van den Singapore-tekst, die, aangenomen dat het jaar 1249 correct is, leidt tot 1203 Caka voor de stichting van Malaka, terwijl de gebeurtenissen op Oost-Java volgens de Pararaton te dien tijde en in de jaren daarna voorgevallen, een verklaring zouden kunnen geven van het feit, dat in den eersten tijd na die pamalayu men zich op Java minder met buitenlandsche zaken bezig hield, door binnenlandsche~onlusten meer op zich zelf aangewezen.

4) De ligging van Malayu op de oostkust van Sumatra is in verband met andere gegevens, laatstelijk béhandeld door Prof. Van der Lith, in zijn Livre des merveilles de 1'Inde, enz., 1883—1886, bl. 247 en volgg., zeker wel de meest waarschijnlijke. Men ziet hier

Sluiten