Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Terwijl uit zang LXXIII (den voo'rlaatsten zang) van de Arjunawijaya ') blijkt, dat het gedicht door Mpu Tantular vervaardigd werd, want men leest daar in de eerste strophe:

ndhan juga walërikanang kathdbuka dagdsyacaritan inikët, nddn arjunawijaya ngaranya rakwat karëng'ó titir inujarakën, antuk rdsika sang aparab mpu tantular amarna kakawin alangö, ndd tan tular ika ri gatinya tan wruh i rusitning aji milu lëngöng // a) luidt het begin van dit gedicht: ,

om gri parwatardjadewa huriping sarwa pramdneng jagat, sang sdksdt paramdrihabuddha kinëhëp sang siddhayogigwara, sang Iwir tiriha kiteng mahdrdhika wisdmbëkteng mahddurjana, nirwighnopama süryawimba iumibeng wway gdnta ring rdt kabeh// donkwangastuti jong bhatdra huningan sëmbahning anggöng langö, siddhdning makasang wulung ya palakungkwdchanda bhdseng karas, mwang swasthdnira sang yawendra sahaputra mwang suputriniwö, Uirghdyuh sira mukya sang pamëkasing tustdpagöheng pura // N lawan kdrananing hulun cumatakdmrih mangdawdkën kathd,

wintangwintanga donya rakwa ya tëkap sang Iwir gagdngkeng lahgo, panggil rakwa wënang panuddha rëna sih sang ndtha mangkweng langö, nghing sang gri ranamanggaleki sira sang grddhdn parëkninghulun jf ndan bhrdtrdtmaja rakwa tanggëhira de sang hyang wëkasning suka, tëkwan mantu sakeng ariki wëkasan de gri narendrddhipa, ndah yogyan sira manggalangku mikëtang parwdtëmah pddika, sang sdksdt pagariraning masa kapat tapwan madoh ring mango//3) Ook hier vindt men Ranamanggala, en al evenzeer als een broederszoon van den regeerenden vorst van Java, Yawendra, die vermeld wordt onder verwijzing tevens naar zijn zoon en zijn dochter (neef en nicht), terwijl van Ranamanggala nog gezegd wordt dat hij ook de schoonzoon van den jongeren broeder (of de jongere zuster) van zijn oom was, die hier, waar hij met name wordt genoemd, aangeduid is met Sang hyang Wëkasing sukha.

Een andere combinatie, hoewel niet zoo uitvoerig wat de familierelatie betreft, levert het slot van de Sutasoma.

ndhan hantyanikang kathdtigaya boddhacaritanginikët,

de sang kawyaparab mpu tantular amarna kakawin 'alangö,

1) Men vindt deze verzen met geringe afwijkingen eveneens afgedrukt in Brandes' Beschrijving der Javaansche, Balineesche en Sasaksche handschriften, aangetroffen in de nalatenschap van Dr. H. N. van der Tuuk, I (1901) bl. 104 sq.; die uit de Sutasoma ibid. III (1915) bl. 154.

2) De maat is die van Zang XXIII en XXXII van de Arjunawiwaha.

3) De maat is de Qardülawikrldi,ta (Wrttasancaya, ed. Kern, 1875, en Verspr» Geschr. IX, 1920, n». 88);

Sluiten