Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bL 29, reg. 28 en in dat jaar stond bijv. Palembang nog niet onder Majapahit's souvereiniteit, daar het eerst in 1299 Qaka (= 1377 A.D.) veroverd werd2).

Van Palembang's verovering zelf wordt in de Pararaton niets bericht. Het viel intusschen nog tijdens de regeering van Hayam wuruk, zpoals reeds gezegd werd, 1377 A.D. (= Qaka 1299).

Volkomen duidelijk is daaromtrent het Chineesche bericht over Palembang of San-bo-tsai, bl. 69 (193) der Notes, dat tevens in 't licht stelt, waarom de Chineesche keizer er zich eigentlijk van onthield op Zuid-Sumatra tegen Java op te treden, nl. omdat het behoorde tot de onderhoorigheden van Java.

„In the year 1373, — zoo leest men er, — the king Tan-ma-sa^na-ho3) sent envoys to bring tribute, with a separate letter of congratulation for the next new year.

^At that time there were three kings in this country 4).

„In 1374 the king Ma-na-ha-pau-lin-pang 5) sent envoys to bring tribute, which was repeated in the first mónth of the next year.

„In the 9th month of the year 1375 a king called Sêng-ka-liet-yü-lan °) sent envoys to present tribute; these envoys came to court following an imperial envoy who returned from a mission- to another country.

„In the year 1376 the king Tan-ma-sa-na-ho ') died and his son, Ma-la-cha "Wuli8) succeeded him; the next year the latter sent a tribute of rhinoceros-horns,

The envoys said that the son dared not ascend the throne on his own

authority, and therefore asked the permission of the Imperial court. The Emperor praised his sense of duty and ordered envoys to bring him a seal and a commission as king of San-fo-ts'i 9).

1) Dit is onjuist. Nag. 71:1 vermeldt, dat hij in 1253 aan het bewind kwam en in 1286 overleed. Zijn rijksbestierderschap duurde dus ook heel wat langer dan de elf jaar van de Pararaton (bl. 29, reg. 16).

2) Toch noemt Nag. 13 :1 het onder de buitenbezittingen. Wellicht had Palembang reeds eerder het oppergezag van Java erkend,- en had in 1299 C. een tuchtigingsexpeditie den definitieven val van het rijk ten gevolge.

3) Groeneveldt heeft hier een karakter vergeten. Er staat (Geschiedenis der Ming, k. ' 324, p. 10 verso: <jg Jfji 'M? 05 ffi Ta-ma-sa-na-a-cö (*Da-ma-sa-na-je). Verg. Pelliot,

Deux itinéraires enz., Buil. Ec. fr. d'Extr. Or. 4 (1904) bl. 346 sq. Deze vreemde transcriptie lijkt foutief te zijn. F.

4) Het volgende maakt deze alinea duidelijk. Men had nl., zooals de Heer Groeneveldt reeds opmerkte, op de kust vlak bij elkander drie vorsten, die van Djambi, die van San-fo-ts'i en die van eigenlijk Palembang.

5) jB| 05 9p 5if /pit ^ft Ma-na-ha pao-lin-pan, d. i. de Maharaja (van) Palembang. F.

6) ffj jj/U ^Jl ^ Ütj Seii-k'ie-lie-yu-lan (*Sen-ge-re-u-ran). F.

7) Zie hierboven noot 3.

8) J^l 05 41" M. JÜ Ma-n»-ÉÖ Wu-li (*Ma-na-Je Wu-li of Wu-ri = Maharaja Wuli, Wuri of Wuni). F.

9) San-bo-tsai van de oorspronkelijke uitgave is overal vervangen door San-fo-ts*i. Verg. bl. 164, noot 5.

Sluiten