Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij het vorige hoofdstuk, uit den weg kon worden geruimd. Daarom kan het geslacht van Jayawisnuwardhani, Bhre Kahuripan II (19), de eerste prabhu istri, het punt van uitgang zijn ').

Leerde nu Hoofdstuk VIII, dat haar halve broeder Jayanagara (18) kinderloos stierf, er wordt namelijk van geen kroost gewaagd, dat zelfde hoofdstuk verhaalde aan het einde, dat de twee prinsessen, Bhre Kahuripan (de prabhu istri) (19) en Bhre Daha (20), beiden huwden, de eerste met een gemaal, die haar vroeger of later een stiefzoon schonk 2), terwijl het begin van Hoofdstuk IX deed weten, dat zij zelf drie kinderen kreeg, een zoon en twee dochters, bl. 27, reg. 16 en 19 en volgg. Voorts bleek het, dat de beide laatsten huwden, hetgeen in dit hoofdstuk, bl. 29, reg. 18, ook met haren zoon het geval was. In het geheel düs heeft men om te beginnen rekening te houden met tien personen, van welke er vier haar eigen geslacht uitmaken, en de zes jongeren een jonger geslacht vertegenwoordigen.

Deze tien personen waren:

Bhreng Kahuripan II (de prabhu istri I), Jayawisnuwardhani, dochter van Kërtarajasa (19);

Raden Cakradhara, [Kërtawardhana van Tumapël3)] haar gemaal (A); Bhreng Daha II, hare zuster (20); en

Raden Kudamërta, Bhre "Wëngkër I, Pramecwara I van Pamotan, "Wijaya-

rajasa, de gemaal van deze (B);

Bhreng Kahuripan's zoon, Hayam Wuruk, Bhatara prabhu, Rajasanagara,

Hyang Wëkasing sukha I (21);

Paduka Qori, diens gemalin (25), die bl. 29, reg. 18 de dochter blijkt te

zijn van Pramecwara I, d. i. den gemaal van Bhreng Daha II, zie boven; 4) een dochter van haar, wier naam niet genoemd is (22);5) en Raden Larang, Bhreng Matahun I, de man van deze (C); °) Bhreng Pajang I, hare tweede en jongste dochter (23); en Raden Sumana, Breng Paguhan I, de gemaal van deze (D) ').

1) Duidelijkheidshalve zullen van hier te beginnen ter onderscheiding van de gelijknamige personen Romeinsche volgcijfers worden gebruikt, terwijl tevens tusschen haakjes het Arabische cijfer of de hoofdletter zal worden aangegeven, waarmede de te noemen personen in den hier elders te vinden geslachtsboom, ten gerieve van den lezer, voorzien zijn.

2) Brandes' opvatting is onjuist gebleken; zie bl. 129 noot 4 en bl. 138 noot 6. Wij hebben in het vervolg dien stiefzoon (24) geschrapt en de daardoor noodzakelijke kleine wijzigingen in deze Aanteekening aangebracht. Ten rechte is Raden Sotor (31) de zoon van Cakradhara.

3) Dit is dus Bhreng Tumapël I; niet, zooals Brandes dacht, zijn hypothetische zoon.

4) Nag. 7 :3 bevestigd dit.

5) Volgens Nag. 5 :1 Indudewi, vorstin van Lasëm; wij moeten deze dus Bhreng Lasëm J noemen. De prinses was ten rechte de dochter van Bhreng Daha II en Wyayarajasa, en dus Hayam Wuruk's nichtje, terwijl Bhreng Pajang I diens eigen zuster was.

6) Zijn vorstennaam is blijkens Nag. 6:1 Rajasawardhana; die van Bhreng Paguhan ï blijkens 6 :2 Singhawardhana..

7) Er wordt bl. 27 reg. 26 nog gesproken van een Bhre Gundal. Over dezen persoon zie men beneden. .

Sluiten