Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wuruk in kuünen zoeken, wier dood dan wel vermeld zou zijn '). Veiliger is het evenwel de zaak in het midden te laten, te meer daar zulks niet direct schade schijnt te doen, en daarom dan ook bleef deze persoon onvermeld.

Uit het laatste geslacht, dat behandeld werd, sproot slechts een vijftal kinderen 2).

Rajasanagara (Hayam wuruk) had eene dochter en een zoon: de „schoone" Bhre Lasëm II (d.) (26)3), en Bhre Wirabhumi (27), bl. 29, reg. 18 en 19 ;4)

Bhre Pajang I (en Bhre Paguhan I) hadden drie kinderen: Hyang Wicesa (28)3); de „dikke" Bhre Lasëm III (d.) (29) °), en Bhre Kahuripan III (d.) (30). ~')

Van dezen huwden de vier eersten over en weer met elkander, zoodat Bhre Lasëm II, de schoone (26), de vrouw werd van Hyang Wicesa (28) en Bhre Wirabhumi (27) Bhre Lasëm III, de dikke (29), tot vrouw kreeg, zie bl. 29, reg. 21 en 23, terwijl Bhre Kahuripan III (30) in het huwelijk trad met Raden Sumirat, Bhre Pandan salas I (40), bl. 29, reg. 26 8), den zoon van Raden Sotor (den zoon van Cakradhara, alias Bhreng Tumapël I) die hier reeds dadelijk te noemen is, om geregeld voort te kunnen gaan, en uit deze drie huwelijken werden weer verscheidene kinderen geboren.

Uit dat van Hyang Wicesa (28), het is voldoende alleen den man te

noemen, ontsproten:

Hyang Wëkasing sukha II (36), bl. 29, reg. 22; Bhre Tumapël II (a) (37), bl. 30, reg. 3; Dewi Suhita, prabhu istri II (d.) (38), bl. 30, reg. 4, en Bhre Tumapël III (6) (39), bl. 30, reg. 5; °) —

1) Zooals boven (bl.168, noot 5) bleek, is deze gissing onhoudbaar. Nag. 31 :2 spreekt (indien wij deze plaats op Bhre Gundal .mogen doen slaan, zie noot 3 op bl. 146) van een verwantte) des konings, die er reeds lang geleden was bijgezet.

2) Over de familie van Hayam Wuruk is een en ander geschreven, waarvan men titels en samenvatting vermeld vindt op bl. 249-253 der Nag.-editie.

3} Deze heette blijkens Nag. 7:4 Kusumawardhani en was vorstin van Kabalan, dus Bhre Kabalan n Is zij in de>oorkonde, uitgegeven Oudh. Versl. 1918; 4, bl.170, bedoeld, dan Was «aar „kleine naam" Sawitri. • -j •- ,,,„,.

4) In Nag. 6:3 heeft juist zijn (latere) echtgenoote den tatel vorstin van Wirabhumi. Hij heeft dien klaarbWkteipeizelf eerst door zijn huwelijk gekregen. - T

5) Blijkens'>Nag. l.l. Wikrainawardhana, vorst van Mataram; dus Bhre Mataram 1.

6) Vóleens Nag. 1.1. Nagarawardhani, vorstin van Wirabhumi (zie noot 4).

7) De bovengenoemde Rftjasawardhani <bl. 163, noot 2); of wel de in Nag. 6:4 genoemde Sarawaruharii, vorstin van Pawwanawwan. Mogelijk is dat dezelfde4**™*

8) De Ranamanggala der oorkonde van 1295en de fautor van Tantular.Zi»«iltf3, noot 2.

9) Volgens de in noot 3 geciteerde oorkonde was «yn «kleine naam" Suraprabhawa, en zijn wijdingsnaam Singhawikramawardhana.

Sluiten