Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bhre Wirabhumi's (27) kroost was: Bhre Pakëmbangan (32), bl. 30, reg. 9; Bhre Mataram II (d.) (33), bl. 30, reg. 10; Bhre Lasëm IV (d.) (34], bl. 30, reg. 11; en Bhre Matahun II (d.) (35), bl. 30, reg. 11; —

dat van BhreSPandan salas I (40) was: Bhre Koripan IV, Bhra Hyang Paramecwara II (47), bl. 30, reg. 5; Bhre Lasëm V (d.) (48), bl. 30, reg. 7; en Bhre Daha III (d.) (49), bl. 30, reg. 8.

Terwp-dit jongere geslacht weer grootendeels met elkander in het huwelijk treedt, en daapuit weer een nieuwe generatie voortspruit, blijkt het dat deze laatste zoo goed als kinderloos is, want er worden ten minste slechts een paar kinderen genoemd, en men mag dus zeggen, dat in het vijfde geslacht na Kërtarajasa (Raden ^Baya) net machtige stamhuis van Majapahit reeds aan het uitsterven is, vooral, omdat er van een huwelijk door spruiten van dat geslacht, en van door dezen verwekte kinderen niet meer wordt gewaagd.

"Nu kan ten deze wel worden aangenomen, dat de Pararaton in dit opzicht gebrekkig is, en dat het geslacht zich wel verder heeft voortgezet, maar men dient daarbij dan toch in het oog te houden, dat de mededeelingen in het boek gedaan, zich in den tijd verder uitstrekken dan het leven gereikt heeft der reeds vermelde nakomelingen van Raden Wijaya, van welken hier straks ook de anderen nog zullen worden genoemd, en dat zich daarbij het eigenaardige verschijnsel voordoet, dat het sterfjaar, althans de dood, van haast allen wèl wordt gemeld, zooals hier reeds dadelijk, alvorens verder te gaan, in het licht gesteld zal worden voor' die personen, welke hier met name al genoemd werden.

Onder dezen is Raden Sotor (31), de zoon van Bhre Tumapël I (A) en , de vader van Raden Sumirat, Bhre Pandan salas I (40), voorbijgegaan. Van zijnen dood vindt men geen melding gemaakt, ook niet onder een anderen naam, doch die der overigen wordt, behoudens van één persoon, Bhre Lasëm V (48), geconstateerd. In de volgorde, waarin zij hier achter elkander werden genoemd, vindt men dat aangegeven van

Bhre Lasëm II, „de schoone" (26), f 1323, bl. 30, reg. 36; wel is waar wordt daar ter plaatse hare bijnaam niet vermeld, doch als men ziet wie ongeveer gelijktijdig met de daar genoemde persoon overlijden, en in aanmerking'neemt, dat zij elders niet genoemd wordt, dan ligt het voor de hand te veronderstellen, dat zij en geen ander bedoeld is; ')

Bhre Wirabhómi (27), f 1328, bl. 31, reg. 13;

Hyang Wigesa (28), f 1351, bl. 31, reg. 26; 2)

1) Verg. pl. 169, noot 2.

2) Bijgezet te Lalangon, dat den naam Paramawigesapura kreeg. Dit is dan, gelijk Kern opmerkt (Nag. bl. 164) hetzelfde heiligdom, dat onder den naam Wioesapura gewijd

Sluiten