Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noodig om aan te toonen, dat met het Xlle, XLTIe en XI Ve Hoofdstuk de geslachtsboom inderdaad ten einde loopt, en dat de verder genoemde personen daarmede geen verband houden, dit althans op geenerlei wijze blijfct. Door zulk een opgave slechts zal men in staat zijn het reeds gezegde te controleeren. Zij moet als volgt uitvallen:

De dood van Bhre Wëngkër II (41), f 1351, wordt geconstateerd, bl. 31, reg. 25, en zoo vervolgens die van

Bhre Paguhan II (42), f 1373, bl. 32, reg. 4;

Bhre Jagaraga I (43), f 1373, bl. 32, reg. 4; 'Ifjf*!

Bhre Tafijungpura (44), nergens;

Bhre Pajang II (45), f 1372, bl. 32, reg. 6;

Bhre Keling (46), f 1369, bl. 31, reg. 36;

Bhre Këmbang jënar (E), nergens;

Bhre Kabalan II (50), f 1373, bl. 32, reg. 5, en van

Bhre Singhapura (51), nergens.

Wie zich met behulp van deze uiteenzetting de moeite geven wil den tekst geregeld na te gaan, zal zien dat alle meer op den voorgrond tredende personen ') in Hoofdstuk X—XII, behalve een zekere Raden Gajah, bl. 31, reg. 12 en 32, die van vorstelijken bloede moet zijn geweest, raden, terecht konden worden gebracht 2), en verder dat Hoofdstuk XIII en XIV nieuwe personen leveren, die wel namen dragen als anderen in het voorafgaande droegen, maar die toch niet dezelfden kunnen zjjn, daar zij, die die namen voerden, reeds overleden waren: Bhre Pandan-salas, bl. 31, reg. 31 3); Bhre Daha, bl. 31, reg. 34; Bhre Tumapël, bl. 32, reg. 1, en Bhra Hyang, bl. 32, reg. 5.

Nu is het mogelijk, dat wat hier als richtsnoer bij de beoordeeling, welke ^personen er telkens, bedoeld werden, aangenomen is, instede van op den rechten weg te voeren, juist geleid heeft tot verkeerde gevolgtrekkingen, en dat juist de later genoemden van denzelfden naam de bedoelden zijn en niet de daarvoor gekozenen. Men heeft intusschen gezien tot welk een resultaat de methode heeft geleid, en het blijjfl een ieder vrij, ten minste wat het laatste gedeelte der voorafgaande uiteenzetting betreft, van een andere meening te zijn, dan uit het toepassen dier methode moest voortvloeien. Toch mag er hierbij wel op gewezen worden, dat in het laatste gedeelte alle nadere aanduidingen omtrent de eigentlijke persoonlijkheid van de genoemden ontbreken, en dat men zonder zich op de een of andere wijze, te recht of ten onrechte, een norm te stellen, uit den doolhof niet geraken kan. Voorshands althans schijnt er geen literatuur voorhanden te zijn, die,

1) Hiertoe behooren, in het verband hier, niet Këmbar, Tuhan Wuruju, en anderen, die op bladzijde 28 en 29 voorkomen.

2) Over de patiiïs vindt men iets bij Hoofdstuk XIII.

3) Raden Jagulu is hier overgeslagen, omdat hij dezelfde persoon zou kunnen zijn als Pandan salas t. a. p.

Sluiten