Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ziet, dat dit het aflegt Daardoor wordt hij van dit rijk de bondgenoot, en zóó, men zou kunnen zeggen, als 'tware één met Majapahit.

Maar hier blijkt tevens, dat met die kadaton toetan naast Majapahit (waarvan de residentie Surabaya de hoofdzetel was) ook Tumapël (= Singhasari lm Pasuruhan) niet bedoeld kan gijn, en dat men dat oostelijke rijk verder, oostelijker, moet zoeken.

Door zich bij Bhra Hyang Wicesa aan te sluiten -wordt Tumapël, zoo werd er zoo even gezegd, als 't ware één met Majapahit.

Men, zou dit ook op een andere wijze kunnen uitdrukken. Men zou ziek bijv. eens kunnen afvragen welken indruk deze oorlog wel moet hebben gemaakt op een vreemdeling, die, met de plaatselijke omstandigheden nu eens niet bijzonder nauwkeurig bekend, hem beleven, hem bijwonen kon. Zou het den schijn niet hebben kunnen gehad, alsof hier in dezen krijg in werkelijkheid' het rijk van Tumapël (Pasuruhan) als een westelijk rijk in oorlog was met een oostelijk (Prabalingga, Bësuki, Balambaugan), alsof het de vorst van Tumapël was die oorlog voerde met een putreng Daha? Doch het is niet noodig zulks te vragen. Zonder meer kan hier, na de korte zooeven hier gegeven uiteenzetting, nogmaals een stuk worden afgeschreven uit de Notes on the Malay Archipelago and Malacca, door den Heer W. P. Groeneveldt uit verschillende Chineesche teksten saamgelezen. Men oordeele zelf of er sprake is van denzelfden krijg, in dezelfde streek, in denzelfden tijd, en met denzelfden afloop.

„When the emperor Ch'êng-tsu ascended the throne, — zoo leest men er, Verh. Bat. Gen., XXXIX, 1876, bl. 36 (162), — he sent information of it to this country (het oostelijk gedeelte van Java), and the next year, 1403 (= 1325 Qaka), he sent a vice-envoy and a messenger to present the king with silks and gauzes embroidered with■ gold. When the envoys hadleft, the western king, Tumapan2), sent envoys to congratulate the Emperor, who again sent an eunuch and others to bestow upon the king a silver seal inlaid with gold. The king sent envoys to present his thanks for this seal, and offered products of his country as tribute.

„The eastern king, Putling tahah3), also sent envoys to court for the purpose of bringing tribute and asking for a seal, and the Emperor sent an officer to bring it to him. From this time the two kings brought tribute both *).

1) Men houde in toog dat deze Bhre, Tunoapël, volgens de berekening bij Hoofdstuk X, slechts geweest kan zijn Bhre Tumapël II (37) of III (39), de zoon van Hyang Wicöjsa, tevens de schoonzoon van Bhre Wirabhumi. Bhra Paramecwara was Hyang Paramegwara II (47), de zoon van Bhre Pandan salas I (40), de gemaal van Dewi Suhita (de prabhu istri); dan tevens de schoonzoon van Hyang Wicesa, wat hij ook van Bhre Tumapël III (6) (39) was, zie ibid., en het slot van de aanteekening bij Hoofdstuk VIII. — Over de redenen tot aarzeling dezer vorsten zie het op bl. 178, noot 10 aangehaald artikel, bl. 28 sq.

2) Je Tu-ma-pan = Tumapël. Ferrand.

3) £|ê Hl IjA. P'u-lin ta-ha (»Bo-lin Da-ha) = Bhreng Daha. F.

4) Volgens eene aanteekening zouden de Chineesche .karakters, waarvan Putling tahah

Sluiten