Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„In the year 1405 (= 1327 Qaka) the eunuch Chêng Ho was sent as a messenger to this country and in the next year the two kings made war upon each other; the eastern king was defeated and his kingdom destroyed.

„At that time the-imperial envoys were just in the country of the eastern king, and when the soldiers\pf the western king entered the market place, 170 of their followers were killed by these; on this the western king became afraid') and sent envoys to ask pardon. The Emperor gave them an edict reproving him severely and ordered him to pay sixty thousand thails of gold as a fine". Enz* 2).

Behalve het voorafgaande, waarmede gelukkiger en merkwaardiger wijze het historisch gehalte van de Pararaton ook wat een ander gedeelte van dit geschrift betreft, in het licht kon worden gesteld, moet er over de pericope, waarin men de mededeelingen aantreft over een krijg tusschen dat westelijke en dat oostelijke rijk," tusschen Majapahit en Balambangan, nog eene vraag gedaan worden, en wel deze: of het niet waarschijnlijk is, dat men daarin een schildering vindt van den krijg en het wapenfeit, die, gecombineerd met allerlei andere zaken (uit de folklore) het leven gaven aan den bij de Javanen zoo bekenden Damar Wulan roman, welke nu op deze wijze feitelijk op een historischen achtergrond zou blijken te berusten? De aanknoopingspunten zijn niet vele; doch is zulks wel noodig ? In hoofdzaak, — het volgende toch wordt immers ook hier verteld, — dat er onder een vorstin van Majapahit, een groote oorlog gevoerd werd tusschen dat rijk en Balambangan, waarbij dit laatste het eerst won, maar later door onverwachte hulp de krijgskansen keerden, zoodat Balambangan te niet kon worden gedaan, en dat de vorst van dat rijk door een persoon, die hem opzocht, geveld werd en onthoofd, waarna deze zijn hoofd naar Majapahit bracht, is het raam van den roman en het beloop van dezen parëgrëg het zelfde. De held, die hier Bhre Wirabhumi (= Menak Jingga) ombrengt, heet hier wel anders: Raden Gajah, Ratu angabhaya, Bhra Narapati, en niet Damar Wulan, de vorstin geen Këncana wungu, enz. enz., en men vindt in den roman allerlei verhaald, waarvan hier geen spoor te vinden is 3), evenals omgekeerd ook de verdere bijzonderheden van den

de transcriptie is, ook P'iling daha kunnen worden uitgesproken. Dit zou kunnen beantwoorden aan Bhreng Daha; de zaak zou 't zelfde blijven, maar ook hier, als in 't westelijke rijk, de fautor van den vorst meer op den voorgrond zijn gedrongen. Wat Tumapël betreft, behoeft men zelfs niet eens zoover te gaan, daar deze naam bij de Chineezen, zooals uit die berichten blijkt, zoo goed als synoniem is met Java (Oost-Java).

1) Nl. voor de Chineezen. Men ziet het, het verhaal is zoo goed als van ooggetuigen.

2) Het vervolg doet hier minder ter zake. De western king betaalt slechts een gedeelte, doch krijgt de geheele boete daarop kwijt gescholden.

3) De Rangga lawe van den Damar wulan is natuurlijk dezelfde als die welke hier boven in Hoofdstuk V, VI en VIII voorkomt, ook al zijn hier zijne latere gedragingen lijnrecht tegenovergesteld aan wat hij in de Damar wulan doet. Op den smid van Lumbang, Mpu Gandring van Lumbang, in den Damar wulan (oudste redactie) Mpu Lumbang, werd reeds gewezen in de aanteekening bij Hoofdstuk I (bl. 66). Verder dient er hier nog gelet te worden, in verband met eene opmerking, die straks' in dentekst iets lager voorkomt, dat Menak

Sluiten