Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

use of false pretences, you must not lightly believe them", een positieve mededeeling van een poging door den- koning van Malaka gedaan om aan Majapahit een gedeelte zijner onderhoorigheden afhandig te maken. Houdt men daarbij in het oog, dat in de genoemde jaren die vorst van- Malaka niemand anders was dan Mansur Shah, die van 1374—1447 A.D. regeerde'), dan valt er door een gedeelte van de Sajarah Malayu op dit bericht een eigenaardig licht, evenals het op zijn beurt dat gedeelte van die kroniek van bijzonder belang maakt.

Behalve het boven reeds genoemde bevat de Sajarah Malayu nl. nog een ander verhaal over Majapahit, dat, een geheel hoofdstuk beslaande, het XlVe, in 'tkort het navolgende is.

Toen de vorst2) van Majapahit overleed, liet hij slechts eene dochter na, Raden Galuh wi8) kusuma. Deze prinses werd nu, bij ontstentenis van een mannelijken troonsopvolger, door patih Gajah mada tot koningin gehuldigd. Zij was en bleef ongehuwd, tot men in de wandeling Gajah mada ging beschuldigen van de vorstin voor zich zelf bestemd te hebben, en hem dit door het toevallig afluisteren van een gesprek tusschen matrozen ^bekend was geworden. Zoo bespeurd hebbende dat men zelfs aan zijne integriteit is gaan twijfelen, begeeft hij zich tot haar om er haar op te wijzen, dat de tijd voor haar gekomen is om zich in het huwelijk te begeven. Zij vraagt hem een sayïmbara (swayamwara) uit te schrijven, wat hij dadelijk doet. Een ieder, zelfs ouden van dagen, gering volk, mismaakten en gebrekkigen, komen op, om voor haar te defileeren, opdat zij hare keuze zal kunnen doen en daaronder ook, en wel in de allerlaatste plaats, een zekere Ki Mas jiwa, de aangenomen zoon van een ftwafc-handelaar (panadap, Jav. panderes). Op dezen viel de keuze, zoodat hij ratu van Majapahit werd, in welke hoedanigheid hij den naam en titel sang aji Jayaningrat voerde. Nu was dit jonge mensch, zooals in het voorafgaande reeds was medegedeeld, in werkelijkheid iemand van hooge afkomst, en had hij met zijn pleegvader een afspraak gemaakt dezen in Gajah mada's plaats patih te maken, als hij soms eens koning van Majapahit worden mocht. Hij was nl. de zoon van een vorst van Tanjung pura4), door een storm, tijdens een spelevaart, van zijn familie afgescheiden, bij Majapahit door dien tuwak-mm opgevischt, en sedert bij hem gebleven, terwijl

1) Dit is onjtttót; zie noot 1 op de volgende bladzijde.

2) Deze wordt hier in dit hoofdstuk, evenals elders in de Sajarah Malayu, haast geregeld batara genoemd. .

3) Hier zonder twijfel een verkorting van dewi. Raden galuh is bijv. in de Fanjiverhalen gewoonlijk de oudste dochter uit het huwelijk van den vorst me t de voornaamstagemalm.

4) Het citaat boven (bl. 148) uit de^Sajajah Malayu, Hoofdstuk II, gewaagt van een vroeger contact van Majapahit met dit rijk. De vorst van Majapahit huwt bij die gelegenheid met Candradewi, een dochter van Sang Sapurba (Supraba), terwijl een zoon van deze, sang Maniyaka (verknoeiing van den naam eener andere widadari, nl. Menaka, Van der Tuuk, Bataksch leesboek, IV, 1862, bl. 115), huwt met de dochter van den vorst van Tanjung pura, en door zijn vader in dat rijk tot koning wordt aangesteld. In dit hoofdstuk (XIV) wordt deze prins van Tanjung pura de piyut (achter-achter-kleinzoon) van dien Maniyaka genoemd.

Sluiten