Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bhra Paramegwara, nl. die te Wisnubhawana stierf, sterft in Caka 1368, en woedt bijgezet te Singhajaya.

Bhre Këling sterft, en wordt bijgezet te Apaapa.

Bhra Prabhu istri sterft in Qaka 1369, en wordt mede te Singhajaya bijgezet.

AANTEEKENING.

[Gelijk in het Voorbericht reeds werd medegedeeld, is dit Hoofdstuk het eenige, bij welks betiteling wij een andere opvatting in de plaats van die van Brandes hebben gesteld. Volgens dien laatste was er, na het aan het slot van het vorig Hoofdstuk vermelde overlijden van Suhita, koningloosheid tot 1359 en trad toen Bhre Daha IV op, terwijl uit haar aanduiding als prabhu istri bij haar dood in 1369, blijkt, dat wij ook hier met een vrouw te doen hebben. Brandes verzuimt niet, de aandacht te vestigen op de zonderlinge omstandigheid, dat bij het optreden in 1359 het woord ratu gebezigd wordt, terwijl de regeerende vorsten in dezen tijd anders geregeld prabhu genoemd worden. Behalve het niet vermelden van de koningloosheid (gelijk in Hoofdstuk XVI wel geschied is) is verder een bezwaar, dat de prabhu istri III in 1369 wordt bijgezet te Singhajaya, en dit juist de bijzetplaats van Bhra Paramegwara, den echtgenoot van Suhita is; Bhre Daha IV zou dus begraven zijn bij den man harer voorgangster ').

Daartegenover hebben wij in Tijdschr. Bat. Gen. 57 (1916) bl. 15—22 een andere opvatting ontwikkeld, daarop neerkomend (voor de bijzonderheden verwijzen wij naar het artikel zelf), dat de in 1369 bijgezette koningin ten rechte Suhita is, de reeds sinds 1322 regeerende prabhu istri II; er is dus geen koningloosheid geweest en de bijzettingskwestie levert geen moeielijkheid meer. Bhre Daha IV echter is in 1359 opgetreden niet als koningin (prabhu), maar in de lagere positie van een (in dezen tijd waarschijnlijk vrij onafhankelijk) ratu te Daha; er is geen reden om deze persoon voor een vrouw te houden. Hij kan dan verder geïdentificeerd worden met de Bhre Daha (V volgens Brandes), die blijkens bl. 32, reg. 18 in 1386 overleden is. De mededeeling aan het slot van Hoofdstuk XII, dat zoowel Hyang Wigesa als de prabhu istri II in 1351 overleden zijn, Vatten wij dan op als een dubbele vermelding van eenzelfde feit, den dood des konings; de schrijver van de Pararaton heeft het als twee gebeurtenissen beschouwd en ter verduidelijking het istri toegevoegd, hetwelk geschrapt dient te worden.

Tot goed begrip van de kwestie meenden wij deze opmerkingen een plaats te moeten geven. Men houde dus in het oog, dat onzes inziens de prabhu istri IH, waarmede Brandes' thans volgende Aanteekening aanvangt, als zoodanig niet heeft bestaan.]

De prabhu istri III, die in 1359 Qaka koningin werd, heet Bhre Daha, bl. 31, reg. 34, en moet, als men ook haar met een volgcijfer wil aanduiden, Bhre

1) Zie over die bijzetting hieronder de Aanteekening van Brandes.

Sluiten