Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij worden hier nog even medegedeeld, omdat er uit blijken kan, dat het handschrift, waarnaar B, het afschrift voor het Bataviaasch Genootschap, gereed gemaakt wérd, minstens ongeveer 150 jaar jonger is dan de kolophon, dien men er in aantreft, zou doen vermoeden.

Werd boven bij Hoofdstük VI de aandacht van den lezer reeds eenmaal gevestigd juist op punten van overeenkomst, te ontdekken tusschen de oostelijke overlevering omtrent Majapahit, die van Bali, en die der Javanen van Java, na met de behandeling van hetgeen de Pararaton ons bericht, zoover gevorderd te zijn als thans het geval is, is het niet onaardig nog eens even een blik te werpen op de traditie der Javanen omtrent het machtigste rijk, dat zij zich uit hun voortijd herinneren.

Een korte recapitulatie van hetgeen de Pararaton van dat rijk, sedert zijn stichting, vertelt, kan daarbij van groot nut zijn.

Majapahit werd, zoo verhaalt het boek, door Raden Wijaya gesticht, en hij was er de eerste vorst van. Na zijnen dood, die zeer spoedig ivolgt, wordt hij opgevolgd door zijn nog jeugdigen zoon, die een gewelddadigen dood sterft. Na deze komt diens zuster aan de regeering, wier opvolger is -haar zoon, Hayam Wuruk, ook Hyang Wëkasing sukha geheeten, en in diens plaats tréedt dan daarna weder Hyang Wigesa, zijn neef en schoonzoon. Hyang Wigesa laat de regeering over aan zijne dochter Dewi Suhita, onder wier bewind de groote strijd met oost-Java plaats heeft, met Bhre Wirabhümi, die door Raden Gajah verslagen wordt. Daarna volgt er wederom een vorstin '), straks na haren dood door een Kërtawijaya (?) vervangen, van wien al even weinig wordt verteld als van zijn opvolgers, van welken de laatste in Qaka 1390 (?) de kraton van Majapahit verlaat, sak saking kadaton.

Nu is het bekend* dat de Javanen, hoe eenvormig zij over het algemeen Majapahit's geschiedenis ook mogen verhalen, dit toch niet altijd op volmaakt dezelfde wijze doen. Het is reeds voldoende hier daarvoor te verwijzen naar hetgeen men bij Raffles, in zijn History of Java, vol. II, aantreft.

Behoudens de naar waarschijnlijkheid buiten Raffles' schuld zeer mishandelde traditie 'omtrent de stichting van Majapahit volgens een bron van Bali, vindt men bij hem over Majapahit's geschiedenis verschillende mededeelingen, die zeker niet aan één bron zijn ontleend, en het is te betreuren, dat Raffles daarbij niet geregeld heeft aangegeven aan wat hij ontleende wat hij mededeelde of van wien hij het vernam, zelfs al moet men daarnevens erkennen, dat hij ook op dit punt weder een voor zijnen tijd althans' bewonderenswaardige volledigheid heeft weten te bereiken.

1) Volgens den aanhef van de Aanteekening op Hoofdstuk XHI nog steeds Suhita.

Sluiten