Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de derde vrouw, de prinses van Cina, wordt medegegeven. Deze schenkt straks het leven aan raden Patah, en daarna aan raden Usen, een zoon door Arya Damar bij haar verwekt.

De vierde vrouw, die uit Wandan, neemt de vorst om van de rajasinga af te komen, zooals hern werd aangeraden. Hij schenkt haar dadelijk weer weg aan een juru sabin, Kyai Buyut Masahar. Haar zoon was Bondan Kajawan, die volgens het bevel van 'Brawijaya, dadelijk moest worden omgebracht.

Raden Rahmat en raden Santri, de zonen van Ibrahim, gaan met hun neef, den zoon van den jongen vorst van Cëmpa, raden Burereh, naar Java, hun tante bezoeken. Rahmat huwt met de dochter van tumënggung Wilatikta, die nog een zoon had, Jaka Said. Hij vestigt zich te Ampel dënta. De beide anderen huwen met dochters van Arya Teja'en gaan te Garësik wonen.

Ook raden Patah en raden Usen komen naar Java, na twee roovers, Supala en Supali, overmand te hebben. De eerste gaat eerst in de leer te Ampel dënta, huwt met de dochter van nyai agèng Maloka, des sunan1» kleindochter, en vestigt zich dan op eene plaats met geurige glagah, die den naam Bintara krijgt, terwijl de tweede hg Brawijaya in dienst komt env adipati van Tèrung wordt. Na door zijn vader te zijn ontboden en zijne opwachting gemaakt te hebben, wordt raden Patah adipati van Bintara.

Nu was ondertusschen uit Juldah een zekere Seh Wali lanang naar Ampel dënta gekomen, die straks verder gaat, naar Balambangan, daar huwt met de prinses, weggejaagd wordt, omdat hij Balambangan bekeeren wil, en nu zijné vrouw, als hijzelf naar Malaka gaat, zwanger achterlaat. Zijn na zijn Vertrek geboren ^oon wordt in zee geworpen, maar opgevischt door een kaptein van Nyai pinatih van Garësik, de weduwe van een zekeren uit Balambangan verbannen ki Sainboja '), tot haar gebracht, door haar als kind aangenomen, bij raden Rahmat in' de leer gedaan, dan diens .schoonzoon, en later Sunan Giri, prabu Satmata, te zamen groot geworden met Sunan Bonang, prabu Nakrakusuma. Vóór hun huwelijk hadden deze beiden. getracht naar Mëkah te gaan, maar Seh VTali lanang, dien zij te Malaka ontmoetten, had hen teruggezonden en hun die namen gegeven.

Jaka Said, de zoon van den tumënggung Wilatikta, wordt straks door dezen laatste (Bonang), op wonderbare wijze, bekeerd, gaat naar Cërbon, is daar bij de rivier Kali Jaga kluizenaar, en verkrijgt zoo den naam Sunan KalrJaga.

Ook Bondan Kajawan treedt nog even op 't tooneel. Wel had Brawijaya bevel gegeven hem. te dooden, doch dit was niet geschied. Met Kyai Masahar komt hij te Majapahit, bespeelt daar de Sëkar dalima, en wordt door Brawijaya erkend en begiftigd met de krissen Kyai Mahesa nular en Kyai Malela en de lans Kyai Plered. Hij wordt naar Tarub gezonden, waar hij met Nawangsih, de

1) Op het wellicht zeer belangrijke van dezen naam Samboja, wees Prof. van der Lith in zijn Merveilles de 1'Inde (1883—1886), bl. 250.

Sluiten