Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden dat zij vermoedelijk uit het laatst der vorige of het begin van deze eeuw is, dan zou door vergelijking misschien de gang van den aanwas van dat verhaal iets meer in bijzonderheden kunnen worden bepaald, en het zoo gelukken iets beter kennis te krijgen van de geschiedenis van een enkel onderdeeltje van de Javaansche letterkunde.^ü ieder geval blijft eene vergelijking van wat deze tekst levert over den tijd dat /Majapahit bestond, met hetgeen men in de verschillende variaties van den oudstén Damar wulan-tekst aantreft '), in zoo verre niet onbeloond, omdat men er uit leeren kan hoe op een zekeren tijd een groot gedeelte van hetgeen' toen in beide vindt, een als 't ware vloeiende massa was, waarvan - later enkele deelen een meer vasten vorm hebben aangenomen.

In die Damar wulan-variaties vindt men allerlei om den persoon, die de held van den roman is, geconcentreerd, wat hier gezegd wordt plaats te hebben gehad onder de regeeringen van verschillende elkander opvolgende vorsten, en het opmerkelijkste daarbij is wel, dat zelfs de inval van de Wandan en de Inggris, volgens de voorstelling hier, niet onder zijne regeering valt, terwijl hij onder al het andere zich in de Damar wulan-romans, ook in de andere redacties, een vaste plaats veroverd heeft 2).

Onder de regeering van Damar wulan, die ook hier koning wordt, en dan Mërtawijaya heet, heeft er. slechts een vriendschappelijke overkomst plaats van Andaka sasi, Kuda rangeyan (niet Rarangin) en Kuda tilarsa, die respective thuis behooren in Kamboja, Banjar (nl. Bafijarmasin) en Sukadana, welke drie rijken onderworpen waren geworden tijdens de regeering van Adaningkung, den vader van de prabu kënya, zie Zang 392 en 382, en voorts valt in den tijd van zijn bewind ook nog de tocht van Supa naar Balambangan om den door den vorst van daar gestolen kris terug te halen, Zang 394.

De inval van Wandan en van Inggris heeft hier plaats onder Angkawijaya, zijn zoon, zie Zang 399, die hier regeert van 1301 tot 1399 of 1400, al naar men het nemen wil, zie Zang 414. Daaronder is ook gesteld de strijd met Menak Dëdali putih, die te zamen met den vorst van Bali in opstand is gekomen, en verslagen wordt door den zoon van den krokodillen-vorst, die tot belooning daar- voor Péngging krijgt, huwt met de dochter van Angkawijaya en Andayaningrat

1) Zie boven bij Hoofdstuk XII, bl. 181 sq.

2) Deze bijzonderheid wettigt de. veronderstelling, dat de'Sërat kanda, waaruit hier eenige mededeelingen worden gedaan, betrekkelijk oud is, en ouder dan vermoedelijk al die toevoegsels tot den Damar wulan-roman. Men vindt hier ook nog andere groote afwijkingen. Logënder is niet de broeder van Udara, maar de zoon van een anderen, vroegeren patih. Hij heeft slechts ëén zoon, geheeten Layang setra kumitir, waar de roman een Layang setf* en een Layang kumitir geeft, en deze ééne zoon wordt na de kroning van Damar wulan, als vorst van Majapahit, in zijns' vaders plaats»- terwijl die zich terugtrekt, patih, en is dan niemand anders dan Gajah mada. Ook Rangga lawe heeft maar één zoon, Raden Buntar watangan, waar er twee in den roman optreden, Raden Buntaran en Raden Watangan. De prabu kënya is de dochter van den vierden vorst van Majapahit, terwijl in den roman gesproken wordt van den derden Brawijaya.

15

Sluiten