Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een smid Këlëng en in Majalëngka een andere, Panëti; de eerste was de oudste van de twee. Këlöng liet twee kinderen na, Supa en Kapa: Supa werd kluizenaar op den gunung Liman, en huwde met de doehter van Kasa daar; hij werd later lurah ëmpu van de brang wetan. Supa had bij haar twee zonen, Aman en Tiris, die hij achterliet, toen hij, wat hij deed, naar Tuban' ging. Daar werd hij door Panëti tot zoon aangenomen, en huwde hij nog met diens doofater, waardoor Suratman en Jatttlijne zwagers werden. Na den dood van Panëti wilde hij dezen niet opvolgen, zoodat Suratman lurah ëmpu van de brang kulon werd. Bij de dochter van Panëti kreeg hij nog twee zonen, Godana en Jegja.

Zoo geschiedde het dan dat Gajah mada Supa, Kasa, Suratman en Jati opriep. Hij verhaalt hun wat er aan de hand is, en beveelt hun«geheimhouding. Thuis gekomen komen deze vier overeen, dat Supa zal gaan zoeken. Zoo de anderen dat deden, zou het de aandacht trekken. Hij was nooit gevestigd smid geweest en had altijd gedwaald. Supa gaat nu eerst naar den 'ajar Kendali. Deze zegt hem naar Balambangan te gaan, hij moet zich uitgegeven voor een smid uit de sabrang, daar zal hij de këris vinden. Hij gaat naar Madura, laat zich daar een vlot maken, neemt den naam van Empu Rombang aan en steekt met 1 zes gezellen, en zijn gereedschap in zee. Overal waar hij langs komt, maakt en verkoopt hij wapenen, die hij van zijn merk voorziet. Als hij Balambangan bereikt heeft, begeeft hij zich dadelijk tot den lurah ëmpu Kyai Pitraug daar. Hij zegt, dat hij, op weg naar Java, schipbreuk heeft geleden, en vraagt wie lurah is, verzoekt bij hem te mogen blijven, mag dat, verdient veel geld voor hem, en wordt door hem ook al tot schoonzoon aangenomen.

Op dat oogenblik was Menak pëdali putih, een zoon van Menak Jingga, dipati van Balambangan. Eerst was hij panakawan van Brawijaya geweest, en daarna door deze tot dipati van dat gewest aangesteld; hij was het, die vóór zijn vertrek de këris Sumëlang Gandring had gestolen. Hij verlangt van Supa haar na te maken, voorgevende haar van Brawijaya ten geschenke te hebben ontvangen. Rombang (Supa) herkent haar en belooft het te zullen doen. Hij moet dit echter in de tegenwoordigheid van Dëdali putih verrichten, zelfs wordt daartoe in de kraton een smidse gemaakt. Nu wil het geval dat de dipati drie dagen ziek wordt. Die gelegenheid gebruikt Supa om twee valsche krissen te maken, een die wat oud leek en een andere die er nieuw uitzag. Deze beiden biedt hij den dipati aan, die aan de tweede ook een oud uiterlijk laat geven. Doch Supa heeft zijn doel reeds bereikt. Hij voldoet nog aan het laatste verzoek, maar maakt daarop plan te vertrekken; zijne zwangere vrouw krijgt de opdracht hun kind, als dat een zoon is, Sura te noemen, en hem te bevelen zijnen vader in Majapahit te komen zoeken. Na zoo twee jaar afwezig te zijn geweest, keert hij over land terug. (395) Brawijaya laat zich verhalen wie de kris gestolen had, en beloont Supa door hem tot dipati van Sidayu en wëdana ëmpu te benoemen.. Slechts voor dipaWs zal hij voortaan nog krissen mogen maken.

Sluiten