Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Angkawijaya had toenmaals nog slechts eene sMir. Jaka Suruh (de stichter van Majapahit) had indertijd aan een indang, ni Rasëksi, beloofd dat zijn nakomeling Angkawijaya haar ruwat wezen zou. Deze had haar dan ook tot sëlir genomen, en zij neemt, nadat zij, zwanger geworden, rauw gehakt had gegeten', hare reuziimegedaanteX weer aan. De pramiswari verneemt het, en verhaalt het aan Brawijaya, (396) hem tevens op de putri van Cëmpa wijzende als een góede gemalin Voor Angkawijaya. Daar waren drie koningskinderen, van welken er een den koning, hun vader, die reeds gestorven was, was opgevolgd; de oudste der twee anderen, dochters, was gehuwd met een Arabier; óm de jongste, Darawati, moest men aanzoek voor den kroonprins doen. Daar Cëmpa onder Kamboja stond, waar Këlana Maesa sasi regeerde, schrijft Brawijaya naar Kamboja en Cëmpa beide. Ook zendt hij bupatïs naar Bafijar en Sokadana. i In Kamboja is Maesa Lajër patih. De vorst daar ontvangt de beide brieven, zendt er een van door naar Cëmpa, en maakt zich gereed naar Java te gaan. In Cëmpa begrijpt de koning, dat als hij zijne zuster niet geeft, Kamboja zich tegen hem zal wenden, toch doet hij het niet dan schoorvoetend; hij was namelijk door zijn zwager, den raja pandita Mustakim, tot het Mohammedanisme bekeerd, en Darawati wilde slechts huwen met iemand van het ware geloof; Angkawijaya was dat niét, daar hij een ratu buda was, toch geeft zij om haars broeders wil toe. Hare oudere zuster belooft haar, dat haar neef Rahmat, haar zoon, haar op Java zal komen bezoeken. De patih begeleidt haar. Op Java zijn de vorsten van Kamboja, Bafijar en Sokadana reeds aangeland, en als het huwelijk plaats heeft, verbindt men tegelijkertijd Katong in den echt met de prinses van het eerste rijk, Srawulan. (397) De drie broeders keeren daarop weer naar hun land terug.

Nu had de prabu anom, Angkawijaya, een vriend, een Chinees, een koopman, Kyai Bantong. Met goedvinden van Darawati draagt hij aan dezen op een Chineesche vrouw voor hem te zoeken. Er was namelijk voorspeld dat Darawati kinderloos zou blijven, als de prins niet eerst een Chineesche vrouw gehuwd zou hebben. Bantong zegt dat slechts zijn eigen dochter daarvoor in aanmerking kan komen, doch vraagt tevens een stuk land om er Chiaeezen te kunnen laten wonen.

(Als Angkawijaya om zoo te zeggen, gereed is zijn vader op te volgen), wordt Brawijaya (Damar wulan) ziek. Hij raadt zijnen zonen met elkander in vrede te blijven, en wijst Angkawijaya aan als zijn opvolger (over Majapahit), met deze restriole, dat Katong over Panaraga zal moeten blijven staan. Dan overlijdt hij, door zijne beide gemalinnen spoedig in den dood gevolgd, en bestijgt Angkawijaya den door zijnen dood opengekomen troon, in 1301 (putra-mumbuUpigunanya-sribupati).

Aan Bantong wordt grond toegewezen in de Këdu. In Cëmpa was de zoon van Mustakim, Sayit Rahmat, van Mëkah weer thuis gekomen, waar hij gehuwd en vader geworden was van Sayit Seh. Hij vindt slechts zijne moeder terug, van wie hij verneemt, dat zijne tante Darawati naar Java is gegaan, en als nu ook zijne moeder gestorven is, vormt hij het plan zijne tante te gaan bezoeken. Zijn neef

Sluiten