Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bangan komt, wijkt daar een epidemie (pagëring) '), en zoo verkrijgt hij Dëdali pëtak's dochter tot vróüw, maar 't rijk bekeeren kan hij niet. Hij gaat weer naar Arabië terug. Zijn na zijn vertrek geboren zoon wordt door zijn grootvader in een kist in zee geworpen, maar weer opgevischt (400) door een kapitein van de Nyai Qëde Pinatim (van Gërsik). Deze keert dadelijk huiswaarts, om haar het kind te brengen./Zij neemt het aan, en zoogt het zelf, geen kinderen ooit gehad hebbende. Het kind gaat later bij Sunan Ampel in de leer. Deze heeft bij zijn vrouw van Tuban reeds twee kinderen, een dochter, .... geheeten, en een zoon, Raden Sayit, (en nog andere kinderen) Rara Mëloko (d.), Raden Bonang en Raden Dërajat. Ook Sayit Seh, die Siti jënar moest bekeeren, en zijn zoon van Tajuk, Raden Undakan (lees Undung?), komen tot hem. De laatste wordt naar Tajuk, dat voortaan Kudus heet, teruggestuurd. Raden Iskak huwt met Rara Mëloko, en gaat dan, in overeenstemming met den wil zijns schoonvaders, naar Gërsik, maar vestigt zich te Giri. Raden Bonang gaat naar Lasëm, en Raden Dërajat naar Tuban. In Palembang bevalt de Chineesche prinses* van Raden Patah. Uit het huwelijk, dat Arya Damar daarna met haar sluit, spruit Raden Kusen. Raden Patah wordt kluizenaar op den berg Sumirang. Kusen sluit zich bij hem 2) aan, Een Chineesche jong, die daar noch voor- noch achteruit kon, neemt hen aan de muwara op, als de juratfan, die hen had zien lichten, hen is gaan halen, en voor niets naar Java medeneemt. Kusen gaat naar Majapahit en Patah naar Ampel. (401) De eerste wordt door Brawijaya tot adipati Pancatanda van Tërung verheven. Darawati heeft ondertusschen reeds drie kinderen gekregen, Rëtna ayu adi (d.), Lëmbu pëtëng (z.) en Raden Guntur (lees: Gugur) (z.). Voor de oudste, het meisje, wordt een sayëmbara uitgeschreven, pëdaii putih van Balambangan nl. en Menak Badong, de dipati van Bali, zijn opgestaan; wie hen verslaat, krijgt de prinses en Pëngging. Nu had Raden Juru, de jongste broeder van Udara 3), zijne door hem medegenomen dochter, als deze, die dikwijls in de-Sëmanggi baadde, in stilte met den vorst der baya'a (kumara's), Bajul sëngara, is gehuwd, en zich de gevolgen daarvan laten zien, verlaten en den dood gevonden. Er wordt een zoon geboren, die van zijn vader een tooverring en den naam Jaka Sëngara krijgt, als deze eens te laat blijft en dus des daags in zijn kaaiman-vorm door vrouw en kind gezien is, wat hen voorgoed van elkander moest scheiden.

Ook deze jongeman ,neemt deel aan die sayëmbara. Hij wordt aan Sapu laga van Prabalingga toegevoegd. (402) Voor hij naar Balambangan gaat, bezoekt hij zijn vader te Sëmanggi. Met behulp van de onderdanen zijns vaders verovert' hij Balambangan, alleen daarheen getrokken, als Sapu laga hem zegt maar vooruit

\) Een der weinige in het Javaansch nog levende voorbeelden van het voorvoegsel pa met den zin van toen dit of dat plaats had.

2) Hij wordt hier zijn paman genoemd. Dit was hij ook, als zijnde een jongere broeder van zijn vader, Arya Damar.

3) Zie Zang 384.

Sluiten