Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4°. dat er een Hyang Wëkasing sukha, nl. delle van dien naam, te Tajung (Tanjung) werd bijgezet; doch deze was-wel een bra, maar besteeg den troon niet;

5°. dat ook in de Pararaton het laatste gedeelte van den Majapahitschen tijd een raadsel is, evenals in de Javaansche traditie, welke den laatsten Brawijaya, Angkawijaya, in de Sërat kanda, van 1301 — 1399 of 1400 laat regeeren ');

6°. dat, en men zie al weder de Sërat kanda, de laatste vorst zijn kraton verlaat, en dat hij dat reeds doet vóór 1400, terwijl er tevens op gewezen mag worden-

7*. dat ook de Sërat kanda den duur van het Majapahitsche rijk op circa twee eeuwen stelt, aangevende dat de plaats in 1221 gesticht zou zijn;

8°. dat ook hier de belangrijkste veroveringen, al is de voorstelling eenigszins vreemd, plaats grijpen onder den derden regent, evenals zij in de Pararaton tijdens de prabhu istri I geschieden; erf ten laatste

9°. dat men in beide traditiën den patih Gajah mada terugvindt.

Met dit laatste vooral komt men op een zeer zwak punt, daar de tijd, 'waarin hij zou geleefd hebben, in de eene overlevering een geheel andere is dan in de andere, en hij in beide geenszins hetzelfde verricht, aangezien in de eene traditie anderen reeds lang vóór hij tën tooneele treedt, in zijne plaats hebben gedaan wal; volgens de andere hij tot stand zou hebben gebracht.

Vooral wanneer men de lijsten' der patiiïs 2), volgens de beide tradities, zie hierboven en bij Hoofdstuk XIII (bl. 194—197), met elkander vergelijkt, blijkt het hoe ver de overleveringen uit elkander loopen.

Men zoeke of trachte er voorshands niet opzettelijk naar ze met elkander in overeenstemming te brengen. Vloeiden de bronnen maar rijkelijker, zeker zou er meer aan het licht zijn te brengen.

N/u dat niet het geval is, moet men zich tevreden stellen met hetgeen er reeds gevonden werd.

Ook dit zal bij een verder onderzoek, een langere beschouwing en een scherper toezien zonder twijfel straks nog wel meer belangrijks blijken te bevatten dan nu reeds kon worden aangewezen; niemand kan meer dan schrijver dezes verlangen, dat er eens meer licht over de nog zoo talrijke duistere'punten zal gaan schijnen.

1) Na de eerste Pararaton-editie verscheen over den laatsten Majapahitschen tijd een artikel van Rouffaer: Wanneer is Madjapahit gevallen?, Bijdr. TL Lnd. Vlk. v. N. I. 6: VI (1899), bl. 111—199. Talrijke gegevens over het tijdperk van godsdienstovergang vindt men bijeen in de dissertatie van Dr. B. Schrieke, Het boek van Bonang (1916). Speciaal over den val van Majapahit handelen Tijdschr. Bat. Gen. 55 (1913), bl. 252—258, en Krama Djaja Adinegara in Oudh. Versl. 1915, 1, bl. 29—32. De stad zou wel in 1400 veroverd zijn, echter niet door de Mohammedanen, maar dooi-de nog Hindusche Girindrawardhana's; een verwoesting zou ook niet hebben plaats gehad.

2) Over Wahan zie "men wat opgemerkt werd in Not. B. G. XXVI (1888), Bijlage II, bl. XVII, noot. : .

Sluiten