Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sotor (Raden ;—),. var. Sotom, zoon van i Bhre Tumapël I (Kërtawardhana), hino ring Koripan, hinweng Daha, hino ring Majapahit, 29, 24; vader van Raden Sumirat (Bhre Pandan salas I), 29, 35.

Singhapura (Bhre —), dochter van Bhre Paguhan II, 30, 18; huwt met Bhro Pandan salas, 30, 18.

Waha, zie Jaran —.

Wuni, zié Rangga —.

Widan (ra —), volger van Nambi, als dezo opstaat, 25,35; 26, 5.

Wiraraja (Arya —), buyut ing Nangka, ook Banak wide, 18, 17; . tijdgenoot van Kêrtanagara (Ciwabuddha), wordt adhipati van Sungënëb (Sumënëp), 18,. 17; vader van Nambi, 19, 11; speelt een dubbelzinnigo rol tegenover Kêrtanagara, 18, 30 en volgg.; ontvangt Raden Wijaya (Kërtarajasa) en geeft hem goeden raad, 21, 12 en volgg.; deze spreekt met hem af later Java met hem to zullen deelen, 21,35; is eigentlijk de man in het complot tegen Jaya katong gesmeed, 22, Z en volgg.; id. tegen de Chineesche expeditie, 23,18; verhuist naar Majapahit, 23, 28; krijgt Lamajang lor kidul en de tigang juru, 25,15; zijn dood iu Qaka 1233, . 25^ 27.

Warak (ra —),tijdens Bhre Kahuripan II (prabhu istri I), 28, 28.

Wirot (ki —), tijdens Kêrtanagara (Qiwabuddha), volgt Raden Wijaya (Kërtarajasa), 19,12; volgt Nambi, als deze opstaat tijdens Jayanagara, 25, 35; 25,4. Wuruju (Tuhan —), dewaputra, tijdens Bhre Kahuripan II (prabhu- istri I), 28, 13.

Wërgola. (Tjihan —), zoon van Ken Angrok (Rajasa) en Ken Umang, 13, 10.

Wirabhümi (Bhre —), zoon van Rajasanagara (Hayam wuruk), als kind aangenomen door een Bhre Daha, huwt i

met Bbre Lasëm III, de dikke, 29, 19 en 23; vader van Bhre Pakëmbangan, Bhre Mataram II, Bhre Lasëm IV, en Bhre Matahun II, 30,9, 10 en 11; vorst over het oostelijke rijk, in strijd met Bhra Hyang Wicesa, 31, 3 en volgg.; f 1328, gedood door Narapati . (Raden Gajah), 31, 13.

Wikrama (Aji —), zie Hyang Wigesa.

Wëkasing sukha I (Bhra Hyang —), zie Rajasanagara.

Wëkasing sukha II (Bhra Hyang —), zio Hyang Wëkasing Sukha II.

Wëdëng ' (ra —), opstandeling tijdens Jayanagara, 26, 13.

Wisnu (Bhatarsr—), hoeft zich in Ken Angrok (Rajasa) geïncarneerd, 8,30 volgg.; dit ook af te leiden uit 1,1 en 17.

Wisnuwardhana, ook Rangga wuni, zoon van Anüsapati, en vader van Kêrtanagara (Qiwabuddha), 18, 14; ratu van Tumapël,, Qaka 1172-1194 [1190J, 18, 5 en volgg.

Wicesa, zie Hyang Wigesa.

Walungan, zie Mahisa —.

Wide (Banak —), zie Wiraraja.

Wadeng, var. van Wëdëng.

Wijaya (Raden —), zie Kërtarajasa.

Wijayarajasa (Qri —), ook Raden Kudamërta, Bhre Wëngkër I, Bhre Prawigwara I, Bhre Pamotan I, gemaal van Bhre Daha II, vader van Paduka Qori, 27, 14, 15, 16; f 1310, 30,19.

Wagal, een persoonsnaam (?), af te leiden uit pawagal, tijdens Jayanagara, 26, 10.

Wong atëlëng, zio Mahisa —.

Wëngkër I (Bhre —, anjenëng ing —), zie Wijayarajasa.

Wëngkër II (Bhre —, anjèneng ring—), zoon van Bhre Tumapël III (h) (Kërtawijaya), 30, 12; gehuwd met Bhre Matahun II, 30, 12; vader van Bhre Kabalan II, 30, 17; f 1351, 31, 25v

Sluiten