Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pangca (ra —), var". Pangcu, opstande- I ling tijdens Jayanagara, 26, 13.

Pangcu, var. van Pangca.

Pangulu (urang —), Sundanees of Sundaneezen, tijdens Rajasanagara (Hayam wuruk).

Panglët, een der beste krijgers van Daha | onder Jaya katong, 22, 30 en 39; 23, 88 en 34.

Dandang, zie Dangdang. Pëdës (Ken —), dochter van Mpu Pürwa, 9, 22; in het bezit van de karma atnamadangi (dus = de vuur.uitstralende prinses van West-Java), 9, 34 en volgg.; gehuwd met Tunggul amëtung, den akuwu van Tumapël, 9, 27; moeder van Anüsapati, 13, 1; gehuwd met Ken Angrok (Rajasa), 12, 32 en volgg.; moeder van Mahifa Wong atëlëng, Pafiji Saprang, Agnibhaya en Dewi Rimbu, 13, 4 en volgg.

Dang hyang, zie Lohgawe.

Dangdang gëndis, ratu van Daha, tijdens Ken Angrok (Rajasa), 13, 15—14, 82; vrouwen (of jongere zusters) van hem waren Dewi Amisani, Dewi Hasin en Dewi Paja, 14, 29.

Jënar, tijdens Bhre Kahuripan II (prabhu istri I), 28, 18.

Janaka (Tuhan —), zie Mantrolot.

Janecwara (Mpu —), zie Rajasanagara.

Jaran, zie ook Kuda.

Jaran waha, volger van Rangga lawe, als deze opstaat, 25, 8.

Jaran lëjong, opstandeling tijdens Jaya. nagara, 25, 33.

Jaran bhaya (ra —), krijger van Maja¬

pahit tijdens Bhre Kahuripan II (prabhu istri I) en Rajasanagara (Hayam wuruk), 28, 18; 29, 11. Jaran bangkal (paman —), var. Bangkala, volgeling van Nambi, als deze opstaatj = Tëguh (?), 25, 35.

Juru dëmung, vermoedelijk geen eigen, naam, maar een titel van een persoon,

' tijdens Jayanagara, 25, 32.

Jalu (ra _), tijdens Bhre Kahuripan II (prabhu istri I), 28, 18.

Jiput (rangcltja ring —), 1, 3.

Jayanagara (Bhatara —), ook Kala gëmët, zoon van Kërtarajasa (Raden Wijaya) en Dara Pëtak, prabhu van Majapahit, Qaka 1217 [1231]—1250, 25, 2-27, 17; f 1250, 27, 11.

Jaya katong (Aji —), vorst van Daha, tijdens Kêrtanagara (Qiwabuddha), 18, 28 en volgg, verovert Tumapël en wordt daardoor opperheer over Java, gaka 1197 [1214]—1216, 19, 20 — 24, 33; ver. vaardiger van de kidung Wukir polaman, 24, 33; sterft in gevangenschap te Junggaluh, 24, 34.

Jagaraga I (Bhre —), dochter van Bhre

Tumapël III (6) (Kërtawijaya), 30,13; gehuwd met Aji Ratnapangkaja (Bhra Hyang Paramecwara II), 30,14; f 1373, 32, 5.

Jagaraga II (Bhre —), onzekere persoon, tijdens Hyang Pürwawice?a, 32, 20.

Jagatsaya, Sundanees, tijdens Rajasanagara (Hayam wuruk), 29, 5.

Jagulu (Radon —), onzekere persoon tijdens Suhita (prabhu istri II),

31, si. te)$gfe£iiÉ

Jabung terewes, krijger van Majapahit tijdens Jayanagara, 21,1; 26,6.

Jangkung (ra —), volger van Nambi, als deze opstaat, 25, 35; 26, 5.

Janggan, ook Janggan ing Sagënggëng, vermoedelijk ontstaan uit bhujangganing Sagënggëng, leermeester van Ken Angrok (Rajasa), 3, 34 en volgg.

Yuyu (ra —), opstandeling tijdens Jayanagara, 26, 13.

Yang, zie Hyang.

Maharaja (ratu —), koning van Sunda,

Sluiten