Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lichamelijke opvoeding, waarop nog zooveel vraagstukken eene meer wetenschappelijke belichting noodig hebben. . Het standpunt is wel eens verdedigd, dat juist terwille dier noodzakelijke beweeglijkheid der oefenmiddelen, het volgen van een bepaald stelsel van lichamelijke opvoeding uit den booze is. En waar het nog pas') door Mr. Marchant is uitgesproken, dat men de kinderen niet volgens een bepaald stelsel moet opvoeden, daar kunnen wij ook niet geheel met deze uitspraak instemmen. Een stelsel achten wij noodig, ook voor de lichamelijke opvoeding, want men kan niet ieder in de keuze van doel en middelen vrij laten. Het te volgen systeem mag echter niet in een dogmatisch keurslijf worden gedrongen. Het moet een levend, soepel stelsel zijn, dat ruimte laat om prijs te geven wat minder geschikt blijkt, en te aanvaarden datgene wat doeltreffend is bevonden. Maar het opvoedingscfoe/ moet vast staan; het moet het fixum in het stelsel zijn, waarop de middelen zich, ook in hun veranderlijke verscheidenheid, toch steeds zullen hebben te richten.

Bij de vaststelling van het doel nu hebben wij vooral te letten op het begrip „opvoeding." En dit te meer, wijl dit begrip zich in het spraakgebruik zeer vervaagt. Intellectueele opvoeding, bijvoorbeeld, klinkt ons zeer gemeenzaam in de ooren, in de beteekenis van: „aanbrengen van kennis," en als lichamelijke opvoeding wordt zeer vaak aangeduid, wat inderdaad slechts is lichamelijke training of sport. Het begrip .opvoeding" omvat echter den jongen mensch als redelijk en physiek wezen, en hieruit volgt, naar onze opvatting dezer omschrijving, dat men onder opvoeding heeft te verstaan: de opvoering, in onderlingen samenhang, van de physieke, moreele en verstandelijke krachten in het opgroeiende kind. Spreekt men van intellectueele, van moreele, van lichamelijke opvoeding, dan heeft men daaronder dus niet te verstaan de eenzijdige ontwikkeling van het verstand, of van het karakter, of van het lichaam — neen, deze onderscheidingen behooren slechts de

l) In zijne rede op de reeds in het voorbericht genoemde algemeene vergadering van de Vereeniging van Leeraren in de Gymnastiek.

Sluiten