Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tracties, al te zeer de rugspieren in de richting van kort en dik oefent, dan verliezen zij daardoor de soepelheid voor de natuurlijke bewegingen in het gewone doen. De ervaring leert bovendien, dat de goede houding in den regel meer een quaestie van geestkracht dan van plaatselijke spierkracht is. Eene ongunstige, slordige houding met hare bijkomstigheden komt lang niet uitsluitend voor bij individuen met een zwak spierstelsel. Ook bij krachtig gebouwde kinderen en volwassenen neemt men dit euvel waar. Dit wijst er op, dat naast algemeene oefening van het geheele spiersysteem, de opvoeding vooral er op gericht moet zijn, in tal van bewegingen, houdingen en standen, reeds vanaf de eerste schooljaren, het kind aan een goede lichaamshouding te gewennen. Het is namelijk vóór alles de opgevoede wilskracht, die telkens en telkens weer, onder de uitvoering van alle oefeningen, te hulp moet worden geroepen, tot ten slotte de goede lichaamshouding tot een gewoonte zal geworden zijn.

Een van de belangrijkste problemen in de lichamelijke opvoeding is het verder, de inspanningen welke de oefeningen en de spelen van het lichaam vergen, zoo nauwkeurig mogelijk te houden binnen de normale inspanningsgrenzen van het lichaam. Blijven die inspanningen niet binnen de, voor de verschillende constituties vrij sterk uiteenloopende, normale grenzen; overschrijden zij die grenzen, dan oefenen zij een overspannenden invloed uit op de werking van hart en longen en van het spierweefsel, en schaden zij den normalen groei der verschillende organen. Dit wordt, méér dan men over het algemeen misschien zal willen toegeven, uit het oog verloren. En toch is dit een uiterst delicate quaestie, vooral in de schoolgymnastiek, wijl de jongelieden daar niet volgens hun lichamelijke gesteldheid, doch naar den graad hunner intellectueele ontwikkeling gegroepeerd zijn.

Wie om zich heen wil zien, zal moeten erkennen, dat niet overal als allesbeheerschend beginsel de vraag geldt: „wat mag een bepaald individu, op grond van zijn constitutie zich veroorloven," doch dat helaas maar al te vaak uitsluitend het praestatie-vermogen de op te leggen inspanningen bepaalt.

Sluiten