Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij zijn thans genaderd tot de psychologische grondslagen, eri onder deze rubriek hebben wij in een drietal stellingen de eischen neergelegd, waaraan een rationeel stelsel in psychologisch opzicht heeft te voldoen.

Vooral op psychologisch terrein springt de scheidings-lijn scherp in het oog tusschen een rationeel stelsel van lichamelijke opvoeding, dat het innig verband tusschen de lichamelijke en geestelijke krachten als hefboom zal bezigen ook voor de geestelijke en moreele vorming van den jongen mensen, en de „moderne" Zweedsche gymnastiek, die, in finale afwijking van Ling's conceptie, dat innig verband zooal niet geheel ontkent, dan toch in zijn opvoedende beteekenis metterdaad verwaarloost. Maar wil de lichamelijke opvoeding in deze richting iets tot stand kunnen brengen, dan is het uiteraard noodig, dat de oefenmiddelen in zichzelve de jeugd aantrekken. Het moet dus vooropstaan, dat die oefenmiddelen vreugde verschaffen; dat zij den arbeidslust prikkelen; dat zij voldoening geven aan den opgewekten, vroolijken bewegingsdrang van den jongen mensch.

Schiller heeft terecht gezegd: „Vreugde is de sterke drijfkracht in de eeuwige natuur." Wat vreugde bereidt, trekt tot vrijwillige overgave; tot vrijwillige zelfwerkzaamheid, en de opvoeder zal dan ook terecht steeds trachten beslag te leggen op die hulpmiddelen, die de belangstelling van de jeugd trekken. Ook voor de lichamelijke opvoeding kan geen ander beginsel gelden. De oefeningen moeten leven voor de jeugd, moeten voor haar een taal spreken van vreugde, moeten haar aantrekken met onweerstaanbaren drang, om de krachten te willen meten in de overwinning van allerlei vorm van weerstand. Wanneer de jonge mensch dan in dien vreugdevollen arbeid zichzelf bewust wordt, zoo juicht hij van lust, en verheugt zich in zijn ontwakende kracht. En deze zelf-ontdekking is op haar beurt weer voor den opvoeder een arsenaal van opvoedende kracht.

Dien vreugdegevenden prikkel hebben de lichaamsoefeningen noodig, zoowel voor het jonge kind als voor de oudere jeugd; zoowel voor het zwakkere als voor het meer krachtige individu.

Sluiten