Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wil men, emulatieve prikkel, welke zich ook op betrekkelijk jeugdigen leeftijd reeds doet gelden — dan trekt het uit zichzelve de jeugd niet aan, dan zijn het 't plichtsbesef, de overreding, en bij ouderen ook de dwang of het besef van de nuttigheid, die tot den arbeid aanzetten. Men zal moeten toestemmen, dat men op dergelijke overredingsmiddelen geen stelsel van lichamelijke jeugd-opvoeding optrekken kan. In een rationeel stelsel zal de opvoeder dien sportieven prikkel binnen de grenzen der nuttigheid houden, en hem slechts aanwenden om de jeugd tot zelfwerkzaamheid te brengen, terwille van het drieledig doel dat hij als opvoeder met dien arbeid wenscht te bereiken.

In het Zweedsche stelsel wordt genoemde prikkel echter uitsluitend in een bepaalde groep oefeningen aangewend om tot sportieve resultaten te komen, hetgeen met lichamelijke opvoeding niets heeft uit te staan. Uit een en ander volgt dan ook, dat het in paedagogischen zin onjuist is, wanneer men een stelsel van lichamelijke opvoeding wil bouwen op een oefensysteem, waarin aan kunstmatige, voor de jeugd zinledige bewegingsvormen de belangrijke taak wordt opgedragen riet lichaam, en de vitale functies ervan, harmonisch te ontwikkelen, terwijl de levende, vreugdebrengende bewegingsvormen worden onderwezen* met het bepaalde doel om sportieve resultaten te bereiken, dus om het genoegen dat zij verschaffen.

Stelt men zich op paedagogisch standpunt, dan is het niet mogelijk een logischen gedachtengang te onderkennen in een dergelijke bestemming der oefenmiddelen. Een van beide immers: de sportieve oefeningen — d.w.z. die oefeningen in het Zweedsche stelsel „welke uitsluitend verricht worden om het genoegen dat ze opleveren" — hebben ook een belangrijke hygiënische waarde, en in dat geval heeft het geen zin de verbetering van het organisme, dus het hygiënisch doel der lichamelijke opvoeding, uitsluitend aan de kunstmatige hygiënische oefeningen op te dragen — öf die vreugdebrengende sportieve oefeningen hebben geen positieve hygiënische waarde, maar dan behooren zij ook niet thuis in een systeem van lichamelijke opvoeding. In een ernstig door-

Sluiten