Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De plaats van de lichamelijke opvoeding in de onderwijzersopleiding.

{REDE, uitgesproken te Utrecht in de Paaschvacantie 1919 op de algemeens vergadering der „Vereeniging van Directeuren(tricesJ en Onderwijzers(essen) der Rijkskweekscholen voor Onderwijzers en Onderwijzeressen).

Dames en Heeren,

Met de tijden wisselt het leven van aspect, veranderen de opvattingen, moet ook de volksopvoeding een ander beeld vertoonen, dat beeld zich in de onderwijzersopleiding afspiegelen. Maar wat er zich ook moge wijzigen, te allen tijde zal de ernstige opvoeder vasten grond onder de voeten hebben, wanneer hij zijn doel zuiver stelt, wanneer hij beschikt over een rijke kennis omtrent het wezen van het jonge individu in verschillende ontwikkelingsstadia, wanneer hij de aan te wenden middelen weet en kan toepassen en het besef in hem leeft, hoe het individu op die toepassing reageert. Hieruit volgt, hoe noodzakelijk het voor hem is een open oog te hebben voor het gebeuren in het volle menschenlevja en tevens onverdroten een nauw contact te onderhouden met de vorderingen van die wetenschappen, welke den mensch tot arbeidsobject' hebben. Hierin ligt mede de opwekkende stimulans voor zijn telkens hernieuwde belangstelling, welke hem behoedt voor een steeds dieper verzinken in het drijfzand van dagelijksche, monotone sleur en voor een dooddrukken in de vangarmen eener eenzijdige traditie.

Stroomingen in de opvoeding, ze hebben recht op ons belangstellend vanwaar en waarheen? Want als ze het jonge individu in de goede richting helpen stuwen, ligt een samengaan in de'lijn, en is er alleen nog maar sprake van een juiste organisatie.

Klaarblijkelijk wordt de vraag, welke plaats de lichamelijke opvoeding in de onderwijzersopleiding dient

Sluiten