Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in te nemen, beheerscht door de overweging, welke ról de lichamelijke opvoeding in de volksopvoeding toekomt. Het antwoord hierop zal geheel afhangen van de appreciatie, waarin de lichamelijke opvoeding zich verheugen mag. Die waardeering echter mag niet resulteeren uit vooroordeel of gebrek aan inzicht, maar moet opwellen uit verstaan' en begrijpen. Eerst dan kunnen we omtrent de zaak i. c. tot zekere eenstemmigheid in onze conclusies geraken.

Uitgaande van deze gedachten, zou ik mijn betoog willen splitsen in: :1

1°. Dè mensch als psychisch-physische eenheid.

2°. De sociale beteekenis en het doel der lichamelijke opvoeding.

3°. School en opleiding.

4°. Conclusies.

In laatste instantie is dit het criterium van het leven: Wij menschen, of, nauwkeuriger gezegd, ik, mensch, leef, wil zeggen: ik beweeg mij, verander van plaats op de aarde, verander mijn gestalte, ik word en verga. Het kind wordt geboren, groeit op tot volwassen mensch, bloeit, veroudert om ten slotte te verscheiden. In den ononderbroken, continue samenhang van plaats- en vormverandering, die we ons zelf bewust zijn, zien wij onbevangener wijze de kenteekenen van het leven.

Dezelevensteekenen, deze levensverschijnselen,kunnen gradueel zeer verschillen: tusschen de levensuitingen van het krachtig zich openbarende individu en het vleugje leven, dat de medicus bij den schijndoode tracht na te sporen, liggen duizend nuanceeringen.

De mensch leeft. D. w. z. alles aan hem leeft, zijn organen leven, de weefsels welke de organen opbouwen, leven, de cellen, die de weefsels vormen, leven. Het totaal der levensverschijnselen, dat een mensch op zeker moment of in zekeren tijd aan den dag legt, is dus de resultante van de levensarbeid zijner millioenen lichaamscellen. Het vermogen om dien levensarbeid te leveren, ontleent de cel aan den aard der stof, waaruit ze is opgebouwd.

Wanneer hier een hoopje kruit voor me ligt, dan ben ik daar voorzichtig mee, wetend, dat er in dat kruit een kracht sluimert, die, als ze vrij komt, arbeid en warmte levert. Het kruit als zoodanig verdwijnt dan, alleen geringe reststoffen blij ven over, die niet meer tot die arbeidsleverantie in staat zijn.

Sluiten