Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ringen zijn, die voor de volkskracht niet de minste waarde hebben. Maar zonder dergelijke prestaties voor oogen te hebben, kunnen toch allen zich verbeteren en zich opheffen uit een toestand van verval." (G. Demeny). De schooJgymnastiék beoogt een lichamelijke ontwikkeling en zedelijke sterking, een algemeene grondslag, die den jongen mensch in staat zal stellen te voldoen aan alle eischen die het leven aan zijn physieke weerstandskracht en aan ;ijn kracht van willen kan stellen. Het doel moet zijn het gemiddeld niveau van het volk te heffen, de bron van energie te verrijken, het arbeidsvermogen te vergrooten. Ieder bezit een dosis potentieele energie, de lichamelijke opvoeding wil ieders geschiktheid tot arbeidsleverantie verhoogen, de jeugd leeren het verworven energie-kapitaal economisch aan te wenden en het voor haar eigen en 'anderer belang intact te houden. Het menschelijk lichaam heeft zijn eischen, het leven zijn wetten, die in een studeerkamer evenzeer geëerbiedigd willen worden als in een oer-woud. Jong of oud. zwak of sterk, altijd moeten we onze krachten onderhouden, willen we ze. niet verliezen; de oefening moet een integreerend deel van ons leven uitmaken; ze is een levensbehoefte als eten, drinken en slapen.

Maar de invloed van voldoende en goed toegepaste gymnastiek reikt veel verder dan tot het lichaam alleen. Waar het lichaam eindorgaan van de ziel is, is het de ziel, die zich lichamelijkjiitleeft. En hierdoor wordt gymnastiek een zenuwsterking en een stuk geestelijke opvoeding van de eerste orde. Zijn zelfvertrouwen, zelfbeheersching, koelbloedigheid, tegenwoordigheid van geest, besluitvaardigheid, behendigheid, een hard willen,, onverzettelijkheid, initiatief, het snel overzien van een toestand en vlug daarop reageeren, zin voor georganiseerde samenwerking en last not least, een blijmoedige levensstemming geen begeerenswaardige eigenschappen, die elk mensch zouden sieren ?

De school verwacht volgens de Herbartschepaedagogiek alles van het onderwijs. Ze gelooft de zedelijke kracht harer leerlingen te sterken door het levende woord, door voorbeelden uit de geschiedenis, door voorstellingen omtrent wilskracht en moed. Maar meer dan door redeneering worden we menschen van karakter door onze daden. Een hoog moreel praten we onze leerlingen niet in, dat moeten ze door de stalende terugwerking van de daad zich zélf veroveren.

Maar wat doet de school om onze spes patriae der-

Sluiten