Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijke deugden deelachtig te doen worden? Niets, zoolang de gymnastiek niet in de school haar intrede doet en haar de plaats toegekend wordt, waar ze tot haar recht kan komen. Wanneer maar één uur per week voor haar uitgetrokken is, hoe zal ze dan kunnen compenseeren de nadeelen, die de natuur, die het leven aanrichten? Kan ze dan gelijk oploopen met het andere paard uit het span, moet ze dan bij dat andere niet opvallend achterstaan in. haar prestaties .... omdat ze zoo onbillijk gehandicapt is? Geef de schooljeugd één uur per dag, en ik ben overtuigd, dat het hart van den lauwste zal zwellen bij den aanblik van een aldus opgevoede jeugd. Zeker, deze maatregel, die wetenschappelijk gedekt is, zal in den gang van het huidige schoolleven ingrijpen. Maar is dat schoolleven van thans dan zoo volmaakt ?

Die de jeugd heeft, heeft het volk. De onderwijzer heeft de jeugd en kan daardoor de volksopvoeder zijn. De lichamelijke opvoeding is een groot sociaal belang, niemand beter dan de onderwijzer kan dat belang dienen, én van practisch èn van paedagogisch standpunt gezien. Natuurlijk moet de onderwijzers-opleiding zich hieraan aanpassen.

Thans nog ontleent de onderwijzer zijn bevoegdheid — wat ook thans helaas niet steeds synoniem is met geschiktheid — aan de akte, welke hem na het onderwijzers-examen uitgereikt wordt. Dat brevet is een wettelijke waarborg voor het behoorlijk toegerust zijn voor een taak, waarvan de grenzen voor onzen tijd te nauw zijn. Waar, in verband daarmee, op het examen niet anders gevraagd wordt dan een etaleeren van een zekere dosis parate kennis — waarvan op verschillende punten de utiliteit wel aanvechtbaar is — is de practijk der opleiding veelal een africhten. We weten het, de opleider heeft zijn handen vol om zijn leerlingen klaar te krijgen, de 'leerlingen werken onder niet geringer druk om klaar te komen. De opleiding is een eenzijdige hersenbelasting, die in de hoofdaktestudie haar voortzetting vindt. En als dan de leerlingen maar allen slagen, is de opleidingsinrichting goed geweest.

Maar, vraag ik, laten we daarmee, onder zoo'n régime, op de blijde jeugd gezonde, levensblije menschen af, die over een overmaat van energie beschikken om die als bezieling in hun leerlingen over te storten, menschen, waarvan wat uitgaat, omdat krachtige affecten

Sluiten