Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hen tot daden dwingen, óf een dorre, dikwijls pedanterige variëteit van den mensch, die we graag zien uitsterven ? En is die opleiding zoo geweest, dat die jonge onderwijzer, naast de tandformules van ratten en katten, weet, werkelijk voldoende breed weet, wat het eigenlijk is, het kind, dat daar als in afwachting voor hem zit ? Neen ! want dis werkelijk elke onderwijzer dat wist, dan vertoonde in een korte spanne tijds onze schoolopvoeding een totaal ander beeld.

Schijnen, buiten onze rijkskweekscholen, vele andere opleidingsinrichtingen niet dikwerf het toevluchtsoord voor physiek-zwakken ? 'k Wensch voor niemand onder te doen in medelijden met deze zwakke jonge menschen, maar hoe zullen zij, die zelf een doorgloeiing met warm leven noodig hebben, hun leerlingen kunnen opvoeren tot hooge levensvreugde en kracht, hoe zullen zij veel geven, die zelf te kort komen ? In de school is allerminst hun plaats.

Hebben we met de huidige opleiding uit onzen kweekeling een man gevormd, in den vollen zin des woords? Hebben we hem die heerlijke gezondheid meegegeven, die hem jeugdig moet houden tot aan zijn pensioen, óf hebben we, in een leeftijd, die beslissend is voor het verder leven, te zijnen opzichte ook roofbouw gepleegd ? Hielden we bij zijn opleiding wel rekening met alle factoren, waaruit later een groot deel van zijn menschengeluk zal resulteeren, dat hij als warme stemming in de school zal dragen? Onze jeugd heeft recht op gezonde, krachtige onderwijzers, die de jeugd begrijpen en in alle uitingen met ze mee kunnen leven, omdat er jeugd in hen is.

Het is geen cijns betalen aan mode of aan een tijdelijke ópvoedingsgril maar aan plicht, dat ook de opleiding den geheelen mensch omvat, dat elk aankomend onderwijzer evenals elke jonge mensch een groot kapitaal aan energie leert vormen, niet om het te bezitten voor zich zelf, maar om er kwistig uit te kunnen putten tot heil zijner leerlingen.

Ge meent, dat de lichamelijke opvoeding een te technisch vak, te veel vaardigheidsvak is, opdat elk onderwijzer die zou kunnen leiden ? Maar die meening wortelt ïn het verkeerde oordeel, dat de lichamelijke opvoeding niet anders zou zijn dan het aanbrengen van zekere vaardigheden. Misschien geeft op verschillende plaatsen de practijk der lichaamsoefeningen, zooals ze daar in beeld gebracht worden, recht tot dat oordeel. Maar, waar we de volksschool

Sluiten