Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f WA 1

Üee2001

ve; JM se te

Ervaring en een heldere blik op de belangen, die e a mee gemoeid zijn, zullen voor het bepalen der ve» houding een woord van beteekenis nebben mee te spreken. Maar, wat ik met mijn uiteenzettingen bedoelde, is de verkondiging van een principe, dat na critische' beschouwingen uwerzijds zoo noodig gewijzigd, het principe van de opvoedingsleer zou worden van onze jonge vereeniging, aan wie qualitate qua zeggingskracht toegekend behoort te worden inzake alle gewichtige vraagstukken, die ons volksonderwijs betreffen.

Een nieuwe, diep in ons onderwijs ingrijpende maatregel staat ingevoerd te worden. Hoe ze precies luidt, weet ik nog niet en een bespreking daarvan kon dus mijn opzet niet zijn, maar waar ik grond meende te hebben voor het vermoeden, dat er onder de opleiders geen volkomen homogeniteit in de opvattingen omtrent deze materie bestond, heb ik mijn taak zoo opgevat, dat ik langs mijn betoog als richtsnoer U bedoelde te brengen naar een gezamenlijk standpunt, het standpunt onzer vereeniging, dat zijn uitdrukking vindt in de volgende conclusies:

le. De schoolopvoeding dient tot welzijn van individu en volk den geheelen mensch te omvatten.

2e. Om het geheele volk te bereiken is de klasse-onderwijzer de man, die met de geheele, de geestelijk-lichamelijke vorming van de jeugd belast moet worden.

3e. De onderwijzersopleiding moet den onderwijzer in staat stellen dit denkbeeld te verwezenlijken.

4e. Te dien einde worde hem aan de kweekschool ruime gelegenheid geboden om physiek en wetenschappelijk op het gewenschte peil te geraken.

5e. Eén brevet, het onderwijzersdiploma, geve hem volledige bevoegdheid.

Ik heb gezegd.

(Conclusies met algemeene stemmen aanvaard).

Sluiten