Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik ben wel een onnoozele ziel, is het niet, om zulk een versmaad boek als Genesis aan te halen? Mijn beste wijsneuzige lezers, ik weet evenveel fouten in het boek Genesis, als de besten onder u, maar ik kende het boek vóór ik de fouten kende, terwijl gij de fouten weet, maar nooit het boek gekend hebt, noch ooit kunt kennen. En dit is thans te erger voor u, want waarlijk, de verhalen in dit boek Genesis zijn de bakersprookjes geweest van de machtigsten in kunst/ en in staatsmanswijsheid, en in deugd, die de wereld ooit gezien heeft, en geen van u zal nog voorloopig betere verhalen voor uw kinderen schrijven. En uw kleine Kains zullen gauw genoeg leeren vragen of zij huns broeders hoeder zijn, en uw kleine Vaders van Kanaan zullen vroolijk genoeg leeren de naaktheid van hun eigen vader te toonen, zonder vrees voor verbanning of vervloeking; maar vele dagen zullen voorbijgaan, en hunne zondige geslachten met hen verdwijnen in dat plotselinge niets der goddeloozen: „Hij ging door, en zie,- hij was er niet meer", vóór er weer één zal opstaan, van wiens dood de Goddelijke overlevering mag blijven: „Hij wandelde met God, en hij was niet meer, want God nam hem weg." Apotheose! Hoe worden nog zelfs de laagst gezonken menschen bezocht door de hoop hierop, hoop die — door al de zes duizend jaren na Henoch, en de nevelachtige Grieksche tijden, droomend van hun tweeling-heldensterren, — in dit laatste stadium van beschaving eindigt in afhankelijkheid van de zoete belofte van den Engelsch-Russischen Verleider met zijn hermelijnen staart: „Gij zult als Goden wezen, en kattenvellen koopen voor lagen prijs".

Het moet zoo zijn. Ik weet het, mijn goede wijsneuzen. Gij kunt geen Koninginnen des Hemels meer hebben, noch hemelvaartsdagen van over-

Sluiten