Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ben ik toch zeker dat er nog ruimten gevonden zullen worden, waar uw telescopen niet zijn doorgedrongen, noch kunnen doordringen, — al slijpt gij hunne lenzen nog zoo fijn, — ruimten voor de stille zielen die, wat hun betreft, armoede verkiezen met licht en vrede.

Ik zit te schrijven bij een smal venster, dat uitziet op een paar gebroken dakpannen en een dooden muur. Een muur, dood in den diepsten zin, zoudt gij, wijsneuzen, vinden. Zeshonderd jaar oud en nog even sterk als toen hij gebouwd werd, en aan niemand interest opbrengend, en nog minder een commissieloon op de kosten voor herstel. De huizen aan beide zijden van de straat of liever van het voetpad — het is geen negen voet breed — zijn gelijk gebouwd van stevige grijze marmerblokken, ruw gewelfd boven de vensters, met hier en daar een kruis op de sluitsteenen.

Als ik van mijn werk geliefde op te staan en een honderd meter de straat afliep (als men het smalle pad tusschen grijze muren zoo noemen, mag, even stil en eenzaam als een schapenweide op Shap Fells), zou ik komen bij een kleine kerkerachtige deur. Boven die deur is een kleine steen van wit marmer in het grijze gevoegd en op den steen staat geschreven in verkort Latijn, wat in 't Nederlandsch beteekent:

„Hier ontving Bernard de Gelukkige 1) Den Heiligen Franciscus van Assisi, En zag hem, in extase."

1) „Bernard de Gelukkige". De Beato van Mont Oliveto; niet Bernard van Clairvaux. De geheele inscriptie luidt: „ontving den Heiligen Franciscus van Assisi ten avond-eten en te slapen", maar als ik het zoo gezet had, zou het geleken hebben alsof Franciscus' extase een gevolg daarvan was, dat hij zijn avond-eten kreeg. .

Sluiten