Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is niet geheel en al mijn schuld. Het wil mij voorkomen dat er goede redenen zijn om door te gaan met mijn werk in Oxford; goede redenen om een eigen huis te hebben met schilderijen en een bibliotheek; goede redenen om nog interest te nemen van de bank; goede redenen om het mij zoo gemakkelijk mogelijk te maken, met twee bedienden te reizen en een schotel wild voor middagmaal te hebben. Het is inderdaad waar, dat ik de helft van mijne goederen, en meer nog, aan de armen heb gegeven; het is ook waar, dat het werk in Oxford niet een zaak van ijdelheid, maar van plicht voor. mij is; het is waar, dat ik het wijzer acht om, wat de menschen noemen, een verstandig en aangenaam leven te leiden, en niet een leven in vervoering; en dat ik mijn ondergeschikten ten minste evenzeer dien als zij mij dienen. Maar dit alles zoo zijnde, gevoel ik toch, dat er iets niet in den haak is; ik heb. geen vrede, nog minder extase. Het wil mij schijnen alsof we werkelijk kemelshaar moesten dragen, in plaats van gekleede jassen, vóór we dat kunnen verkrijgen; en gisteren stond ik te kijken naar het kemelsharen kleed van St. Franciscus (zij hebben het hier nog in de sacristie), en ik vind het heelemaal niet mooi; de mode van de Engelsch-Russische Maatschappij is zoo oneindig aardiger, — laat de duivel dan ten minste hebben wat hem toekomt.

En hem komt zelfs nog iets meer toe dan flit. Het is mij nog heelemaal niet duidelijk, in hoeverre de Heilige Bedelaar en Arme wiens huwelijk met Vrouwe Armoede ik hier ben komen naschilderen van Giotto's droom daarvan, — in hoeverre, zeg ik, het machtige werk, dat hij in de wereld deed, verschuldigd was aan zijn gelofte van armoede, of er door werd benadeeld. Als hij tevreden ware geweest met alleen liefde te prediken,

Sluiten