Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werpe eerst den steen op haar." En dus zullen er heden ten dage geen steenen meer geworpen worden.

Maar laten we een oogenblik stilstaan bij het woord dat zoo misbruikt wordt, en het beter begrijpen. Barmhartigheid — misericordia; het beteekent absoluut niet vergeving van zonden; — het beteekent erbarming met smarten. Juist in dat voorbeeld, dat de Evangelischen zoo graag aanhalen — de echtschending van David — is het niet de Hartstocht waarvoor hij veroordeeld zal Worden, maar het gemis van Hartstocht, — het gemis van Deernis. Hiervoor zal hij zichzelf oordeelen, door zijn eigen mond: — „Zoo waarachtig als de Heere leeft, de man, die dat gedaan heeft, is een kind des doods,.... daarom dat hij deze zake gedaan en omdat hij niet verschoond heeft."

En gij zult vinden, gelijkelijk door het geheele verloop der Wet heen en de beloften van het Evangelie, dat er inderdaad vergeving is bij God en bij Christus voor de voorbijgaande zonden van het heete bloed, maar geen voor de eeuwige en inhaerente zonde van het koude. „Zalig zijn de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden" ; — vindt gij het ergens geschreven dat de onbarmhartigen zalig zullen zijn? „Hare zonden zijn haar vergeven, die vele waren: want zij heeft veel liefgehad." Maar hebt gij kondiging dat iemands zonden vergeven zijn, die in 't geheel niet liefhad?

Ik opende zooeven juist mijn oudsten Bijbel om na te zien, welke woorden David precies gebruikte over het gedoode lam; — het is een klein, dicht en zeer netjes gedrukt boekje, uitgegeven in Edinburg door Sir D. Hunter Blair en J. Bruce, drukkers van Zijne Majesteit den Koning in 1816; nu geel van ouderdom en wat los in den band door

Sluiten